Beste auteurs van De Tijd , beste bestuurders van Fluvius en geachte parlementsleden Kris Verduyckt, Andries Gryffroy en Robrecht Bothuyne,
Met verwondering las ik het artikel over de nieuwe voorrangsregels. U schetst een beeld van een daadkrachtige overheid die orde op zaken stelt op een overvol stroomnet. Gezinnen krijgen voorrang, datacenters moeten achteraan aanschuiven. Het klinkt als goed bestuur.
Maar ik voel me verplicht om, met mijn ervaringen aan de binnenzijde van de machine Eandis ( Fluvius voor als je liever de nieuwe zak voor de oude wijn wil horen ), [mezelf] een paar ongemakkelijke vragen te stellen. Want als u de “boter op het hoofd” van dit beleid wilt zien, hoeft u niet ver te zoeken. Hij zit op de hoofden van de bestuurders zelf.
1. De Raad van Bestuur: een speelbal voor partijpolitiek
U spreekt over een noodzakelijk, technisch decreet. Maar de realiteit is dat de sturing van Fluvius een politiek schaakspel is waar burgers enkel pionnen zijn. De samenstelling van de Raad van Bestuur van Fluvius is daar het levende bewijs van :
Voorzitter: Wim Dries (CD&V)
1e Ondervoorzitter: Koen Kennis (N-VA)
2e Ondervoorzitter: Christophe Peeters (Open Vld)
3e Ondervoorzitter: Joris Vandenbroucke (Vooruit)
Dit is geen weerspiegeling van technische excellentie, maar een karikatuur van de postjesverdeling die ik in 2019 al aan de kaak stelde: “De postjes zijn verdeeld… Het gaat dus niet over het belang van ons energiebeleid, maar om de weinige stoelen die nog geld opleveren” .
Deze namen zijn dezelfde als toen, dezelfde partijen, dezelfde logica. Het is een incestueus web van politieke benoemingen, ver van de democratische controle van de 285 Vlaamse gemeenten die officieel aandeelhouder zijn. Zoals Doorbraak onlangs nog berichtte: “Aan het beleid binnen Fluvius is dus niets democratisch. Niet de 285 Vlaamse gemeenten beslissen, wel de partijhoofdkwartieren van de vijf traditionele Wetstraatpartijen die er samen met het management onder een hoedje spelen.”
De “boter op het hoofd”? U, de heren Verduyckt, Gryffroy en Bothuyne, maakt deel uit van dit systeem. U schrijft decreten over voorrang op het net, maar u weigert te kijken naar het politieke netwerk dat de dienst uitmaakt.
2. Een voorrangsdecreet dat de fundamentele vraag ontwijkt
Uw voorstel is een lapmiddel. Het is toegeven dat het systeem vastloopt, maar in plaats van de kern aan te pakken, gaat u files beheren in plaats van ze te voorkomen. Uw voornaamste zorg is het voorkomen van “Nederlandse toestanden” met wachtlijsten. Een lovenswaardig doel, maar uw middel is verkeerd.
Terwijl u datacenters en batterijparken naar achteren schuift , blijft u vasthouden aan de logica van het verleden: verzwaren, centraliseren, en controleren. De cijfers zijn duizelingwekkend: 11 miljard euro voor Fluvius, 3,5 miljard voor Elia. Dit is wat Bothuyne een “logische stap” noemt. Ik noem het een dure, logge reflex.
Waar is de visie op decentrale slimme sturing? Waar is de plaats voor wijkbatterijen die gezamenlijk worden beheerd? In 2021 schreef ik al over “Batterijen? Samen spelen, samen delen!”, over het concept van de wijkbatterij als een “energiespons” die lokaal pieken opvangt. Mijn idee was toen al verder dan wat u nu presenteert. Uw decreet gaat over rangschikken, mijn voorstel gaat over ontlasten.
De “boter op het hoofd”? U claimt een ‘sluitstuk’ te maken, maar u sluit de ogen voor de echte, goedkopere en intelligentere oplossingen die niet passen in uw partijpolitieke framework.
3. De burger: een partner of een last?
U spreekt over voorrang voor gezinnen. Dat klinkt mooi, maar het is een holle frase. U geeft gezinnen voorrang op de schaarse capaciteit, maar u geeft hen niet de middelen om die capaciteit slimmer te gebruiken. Een echte visie zou erop gericht zijn de burger te empoweren als een actieve deelnemer in het energiesysteem, niet als een passieve consument die in een wachtrij staat.
Mijn voorstellen van de afgelopen jaren:
Een energetisch platform voor loadbalancing op wijkniveau.
Burgercoöperatieven die lokaal energie opwekken en delen.
Slimme meters die echt slim zijn, niet enkel een communicatietool voor de netbeheerder.
Deze ideeën krijgen in Vlaanderen geen voet aan de grond. Waarom? Omdat ze de gevestigde belangen van de netbeheerder en zijn politieke bewakers bedreigen. Europa heeft België eerder veroordeeld voor het blokkeren van community-driven initiatieven. U lijkt die les niet te hebben geleerd.
De “boter op het hoofd”? U praat over burgers, maar u behandelt hen als een probleem dat beheerd moet worden, in plaats van de oplossing die ze kunnen zijn. Dat is geen daadkracht, dat is angst voor controleverlies.
Een oproep: Staakt uw vertoon
Zie dan hoe uw “sluitstuk” eruitziet in vergelijking met een visie die de burger centraal stelt, de slimme technologie omarmt, en de politieke bemoeienis met de netbeheerder drastisch vermindert.
Uw decreet is de zoveelste poging van een oude garde om de illusie van controle te behouden. De keizer heeft geen kleren. En het is de Vlaamse burger, met zijn zonnepanelen en zijn bereidheid om slim om te gaan met energie, die dit spel al lang heeft doorzien. Het is tijd om de touwtjes uit handen te geven, niet om ze strakker aan te halen.
Met strijdvaardige groet,
de energiekwelduivel van weleer, die is er weer. Maar is eigenlijk nooit weg geweest 😉