Hallo Gambia, wat een reis, wat een ervaring

Stel je voor: 12 leerlingen, 4 leerkrachten.
Niet op reis, maar met een missie. Niet om te kijken, maar om te dóén. Als getuigen. En met een diepe verantwoordelijkheid.

En wat we daar zagen en deden in Gambia? Dat overtrof werkelijk alles.

We openden een schoolgebouw. Geen feestje met een lintje voor de show, maar echte klaslokalen. Plekken waar binnenkort kinderen vol verwondering leren lezen, rekenen en dromen.

Op drie plekken stroomde helder water uit nieuwe boreholes en watertanks. Water! Iets wat wij zo vanzelfsprekend vinden, maar daar… daar is het leven zelf. Geen ellenlange tochten meer onder de brandende zon. Geen modderig water meer. Gewoon… leven. Puur leven.

En toen, alsof dat nog niet genoeg was, plantten we bomen. Soursop, limoen, acacia. Een groen cadeau voor de toekomst. Een blijvend aandenken aan ons daar ‘zijn’.

En ja, dan zeggen mensen: “Mooi project! Goed bezig!” En dat is het ook. Maar nu begint hét hét échte gesprek pas.

Ik ging immers mee als geograaf, met een missie. Zomaar bomen planten en water pompen, zonder naar het grotere geheel te kijken? Dat is vragen om problemen. De grondwaterstand daalt. Overal. Ook in Gambia. Elke waterput is een ingreep in een fragiel systeem. Elke boom heeft dorst.

Als de bodem uitdroogt en het water te diep zit, overleven die bomen niet. Dan wordt je droom van vergroening een bittere ontgoocheling. Dat moest ik hardop zeggen. Niet om de pret te bederven, maar uit respect. Voor de mensen daar. Voor het land. Voor de toekomst.

En toen gebeurde het wonderlijke.

In plaats van me weg te sturen, zeiden ze: “Leg uit. Laat zien.”

Dus dat deden we. Met een schop en met kennis. We groeven geen diepe putten, maar kleine, slimme halve maantjes in de aarde. ‘Bunds’ noemen ze dat. Simpele structuren die het regenwater niet laten wegstromen, maar het juist vangen en de grond in laten zakken. Water oogsten in plaats van water najagen. De aarde herstellen in plaats van uitputten.

Geen ingewikkelde technologie. Geen dure subsidies. Gewoon: gezond verstand, zwaartekracht en een beetje spierkracht.

Ik stond daar, op mijn verjaardag, met een schop in mijn handen. Niet als symbool, maar als startpunt. We groeven, we legden uit, we discussieerden. En ik zag de ogen van de mensen aan de universiteit groot worden. Eerst van verbazing, toen van begrip. En toen… de officiële vraag: “Kom je dit nog een keer vertellen? Voor een groter publiek?”

Dat moment! Dat was duizend keer mooier dan welk applaus dan ook.

Want dit gaat allang niet meer over ‘wij helpen Afrika’. Dit gaat over iets veel groters: systeemdenken. Over inzien dat echte klimaatadaptatie begint met het begrijpen van de logica van water. Dat meer water in de grond betekent: meer leven, meer groen, meer verkoeling. Dat is geen zweverig idealisme. Dat is pure, harde fysica.

Dit is de hoop: Meer infiltratie zorgt voor meer bodemvocht, wat zorgt voor meer planten, wat zorgt voor meer verdamping, wat zorgt voor… lokale afkoeling. Een positieve spiraal. En dat begint met een simpele halve maan in de grond.

Wat is er veranderd sinds die reis?

Ik praat niet langer over modellen in een boek. Ik voelde de hitte op mijn huid. Ik voelde de aarde tussen mijn vingers. Ik zag met eigen ogen hoe snel een zaadje van begrip kan ontkiemen als je het systeem achter het verhaal laat zien. Mijn hartstocht is nu geen abstract idee meer; het is een tastbare, graafbare realiteit.

Mijn engagement voor de komende jaren is glashelder en vol vuur:

  • Als we waterputten slaan, vragen we ons eerst af: kan de aarde dit wel aan? Hoe laden we haar weer op?
  • Als we bomen planten, zorgen we eerst dat het water bij de wortels komt.
  • Als we geld sturen, sturen we vooral kennis mee. Want waar geld verdampt, is het de kennis die blijft.

En in het onderwijs? Dit wordt geen voetnoot meer in een lesboek. Dit wordt de les! Praktijkgerichte, kritische analyse. Want klimaat is geen abstracte grafiek. Het is hydrologie. Het is de bodem. Het is de worteldiepte. Het zijn de keuzes die wij maken.

Dit is geen heroïsch verhaal van mij. Echt niet. Ik heb gewoon gedaan wat een geograaf hoort te doen: met een systeembril kijken en het ongemakkelijke gesprek durven voeren.

En ja, ik heb daar op mijn verjaardag mijn eerste halve maan gegraven. In Gambia. Niet als einde van een reis, maar als het prilste begin van een lange, vruchtbare weg.

Geen loze slogans. Wel handen uit de mouwen. En schoppen in de grond. Letterlijk.

Marc Bellinkx
Mijn verjaardagswens, gezaaid op 14 februari 2026, groeit nu verder. Doe je mee?

2 gedachtes over “Hallo Gambia, wat een reis, wat een ervaring

Plaats een reactie