Deze week las ik een bericht dat me meer deed stilstaan dan de zoveelste AI-doorbraak.
Een Canadese handelaar zoekt maar liefst 800.000 Nederlandstalige boeken.
Tegelijk weten we dat AI-bedrijven eerder al miljoenen papieren boeken opkochten, inscanden en de fysieke exemplaren daarna vernietigden om de digitale tekst te gebruiken voor het trainen van hun modellen.
Juridisch zal daar ongetwijfeld over gediscussieerd worden. Technologisch is het indrukwekkend.
Maar cultureel? Dat is een heel andere vraag.
Een boek is immers meer dan een verzameling woorden. Het is ook papier, geur, geschiedenis, een handtekening op het schutblad, een ezelsoor op de juiste pagina, een bibliotheekstempel, een spoor van generaties lezers.
Wanneer een boek wordt herleid tot een databestand, blijft de informatie bestaan. Maar verdwijnt er niet ook iets van onze beschaving?
Misschien staan we aan het begin van een nieuwe paradox.
Nooit eerder had de mens toegang tot zoveel kennis.
Nooit eerder leek het fysieke object waarin die kennis eeuwenlang werd bewaard zo inwisselbaar.
De vraag is dus niet of AI slimmer wordt.
De vraag is of wij nog beseffen wat we onderweg dreigen kwijt te raken. Daarom een eenvoudige denkoefening.
Stel dat je slechts vijf boeken fysiek mocht bewaren voor de volgende generatie. Welke zouden dat zijn?
Die vraag zegt misschien evenveel over onze cultuur als over onze boekenkast.
Want misschien wordt het waardevolste boek van morgen niet het boek dat het vaakst gelezen wordt…
…maar het boek dat iemand nog de moeite vond om niét te vernietigen.
Triestig en onnodig. In feite een soort herhaling van de beeldenstorm, al blijft de informatie hier wel behouden, terwijl de beelden vernietigd werden zonder kopie…
LikeLike