Dag Eric, oud collega, met je geheugenverlies

Tja Eric, je bent een oud-leerkracht en vond het nodig eventjes gratuit en droogjes de huidige mini-ster van Onderwijs met alle zonden van Israël te overladen. Begrijpelijk misschien, maar tegelijk ook o zo doorzichtig.

Je tekst leest lekker weg. Mooie metaforen, stevige verontwaardiging, hier en daar een filosofische zwaai alsof Rousseau en Karl Marx samen een pedagogische podcast begonnen zijn. Alleen wringt er iets fundamenteel: je doet alsof de afbraak van ons onderwijs gisteren begonnen is. Alsof één minister plots met een kettingzaag het Vlaamse onderwijs binnenstormde terwijl de rest van de politieke geschiedenis vredig stond bloemen water te geven.

Voor goede verstandhouding post ik hier jouw schrijven

𝗛𝗘𝗧 𝗚𝗥𝗢𝗧𝗘 𝗦𝗟𝗢𝗣𝗘𝗡 𝗩𝗔𝗡 𝗛𝗘𝗧 𝗢𝗡𝗗𝗘𝗥𝗪𝗜𝗝𝗦 ( link )

Er bestaat in Vlaanderen een merkwaardig soort politieke pyromaan: de politicus die eerst jarenlang toekijkt hoe een openbaar systeem langzaam wordt uitgehold, vervolgens zelf de lucifers bovenhaalt, en daarna met ernstige blik komt verklaren dat “hervormingen onvermijdelijk zijn”. Zuhal Demir lijkt zich tegenwoordig met zichtbaar enthousiasme in dat genre te specialiseren. Terwijl leerkrachten uitgeput raken, directeurs alarm slaan, studenten steeds meer onder psychologische druk leven en scholen al jaren kreunen onder personeelstekorten en bureaucratische waanzin, komt deze regering niet met een reddingsplan, niet met een culturele renaissance van kennis en onderwijs, maar met de botte hakbijl van de boekhouder.

En zoals altijd wordt dezelfde politieke leugen herhaald: dat dit allemaal zou gebeuren “voor de kwaliteit”.

Men moet werkelijk over een uitzonderlijk talent beschikken om tegelijk middelen weg te nemen, begeleiding af te bouwen, studiebeurzen moeilijker te maken, leerkrachten verder richting burn-out te duwen én ondertussen met droge ogen te verklaren dat men het onderwijs versterkt. Dat is alsof men een ziekenhuis leegplundert en vervolgens beweert dat de patiënten eindelijk meer ademruimte krijgen.

Wat vandaag voorligt, is geen neutrale hervorming, maar een ideologische operatie. Men wil onderwijs niet langer beschouwen als een beschavingsproject, als een collectieve investering in menselijke ontwikkeling, maar als een economische productielijn waarin jongeren zo snel mogelijk door een soort administratieve vleesmolen moeten passeren. De student wordt herleid tot een rendementsobject. De leerkracht tot een kostenpost. De school tot een bedrijf dat goedkoper moet functioneren. Alles moet sneller, harder, efficiënter, goedkoper. Het menselijke verdwijnt. Het sociale wordt verdacht gemaakt. Wie struikelt, moet voelen dat hij gefaald heeft. Wie extra ondersteuning nodig heeft, wordt stilaan bekeken als een budgettaire last.

En precies daar toont zich de ware aard van dit beleid.

Want de kinderen van rijke gezinnen zullen altijd wel hun weg vinden. Zij krijgen privébegeleiding, bijlessen, psychologische ondersteuning, laptops, rustige kamers, netwerken, connecties en ouders die de codes van het systeem begrijpen. Het zijn opnieuw de kinderen van gewone werknemers, van alleenstaande ouders, van kwetsbare gezinnen, die de klappen zullen opvangen van deze zogenaamde “efficiëntie”. Onderwijs dat ooit bedoeld was als sociale lift dreigt opnieuw een sorteermachine te worden waarin afkomst steeds sterker bepaalt wie mag stijgen en wie vroegtijdig uit de wagon valt.

En het cynisme bereikt zijn hoogtepunt wanneer men hoort hoe sommige politici vandaag spreken over studenten die “te lang studeren”, alsof kennis een misdaad geworden is en intellectuele groei slechts wordt geduld zolang ze onmiddellijk economisch rendement oplevert. Men vergeet daarbij opvallend snel hoeveel politici zelf jarenlang over studies deden, van richting veranderden, probeerden, faalden, opnieuw begonnen en uiteindelijk toch succesvol werden. Voor zichzelf noemt men dat “ontwikkeling”. Voor de kinderen van gewone mensen noemt men het plots “profitariaat”.

Wat men hier in werkelijkheid aanvalt, is niet alleen het onderwijs, maar het idee dat een samenleving verantwoordelijkheid draagt voor haar eigen toekomst. Een beschaving die begint te besparen op scholen, bibliotheken, begeleiding, cultuur en kennisproductie, gedraagt zich als een man die tijdens een storm het hout uit zijn eigen dak trekt om zich nog enkele uren te kunnen verwarmen. Het lijkt tijdelijk efficiënt, tot het hele huis instort.

En terwijl men miljoenen zoekt bij studenten, leerkrachten en scholen, blijven de grote fiscale cadeaus, de achterpoortjes, de subsidies en de privileges voor economische machtsgroepen opvallend onaangeroerd. Daar blijkt plots altijd “geen ruimte voor conflict” te bestaan. De hardheid van deze regering geldt vooral voor wie zich niet kan verdedigen.

Dat men dit nog durft verkopen als “verantwoord bestuur” is een van de grotere propagandistische prestaties van onze tijd.

Want een regering die haar onderwijs afbreekt in naam van begrotingsdiscipline, lijkt op een boer die zijn eigen akker vergiftigt omdat mest geld kost. Misschien bespaart hij één seizoen iets op papier, maar uiteindelijk vernietigt hij de grond waarop alles moest groeien.

En precies dat is wat vandaag in Vlaanderen gebeurt. Niet de versterking van het onderwijs, maar de georganiseerde verarming ervan. Niet de voorbereiding op de toekomst, maar het klein zagen van de fundamenten van de samenleving zelf.

Eric Feremans

Oud-leraar en docent

Komaan Eric.

De lange stoet van hervormers

Marleen Vanderpoorten verkocht het “zelfstandig leren” alsof elke twaalfjarige spontaan Socrates wordt zodra je een mapje projectwerk op tafel legt. De leerkracht moest plots coach worden. Kennisoverdracht werd bijna verdacht gemaakt alsof uitleg geven een vorm van autoritair kolonialisme geworden was.

Luc Van den Bossche bracht de managerstaal binnen. Rationaliseren. Schaalvergroting. Efficiëntie. Onderwijs begon te klinken als een fusieplan van een bank. Directeurs werden managers. Scholen moesten targets halen. Excelbladen wonnen terrein van pedagogiek.

Dan was er de zorgexplosie. Men verkocht inclusie als warm en menselijk. In werkelijkheid was het vaak een budgettaire operatie verpakt in morele superioriteit. Een collega verwoordde het onlangs pijnlijk raak:

“Wij hadden een mooi systeem. In 2000 begonnen de eerste besparingen in het buitengewoon onderwijs. De overgang van gewoon naar buitengewoon onderwijs verliep vroeger vlot. CLB onderzocht, stelde een diagnose, en kinderen kregen gespecialiseerde hulp in kleine klasjes. Maar dat werd te duur. Zo begon de inclusie.”

Kinderen werden steeds langer in het gewone onderwijs gehouden. De juf ging dat wel oplossen. Met 24 andere leerlingen erbij. Met dyslexie, dyscalculie, ASS, ADHD, dyspraxie, gedragsproblemen, trauma’s, anderstaligheid — én ondertussen ook nog Vlaamse toetsen, zorgplannen, differentiatieverslagen, Smartschool-attesten en oudermails om 22u37.

En dan kwam het M-decreet. Aangenomen in 2014, ingevoerd vanaf 2015. Op de werkvloer voelde het vaak als een pedagogische realitycheck met betonblokken aan de voeten. Het Rekenhof stelde het zwart op wit vast: leerkrachten waren er niet van overtuigd dat betrokken leerlingen voldoende leerwinst boekten, en ze konden onvoldoende tijd en aandacht besteden aan de andere leerlingen. Sommige kinderen hebben gespecialiseerde omgevingen nodig. Punt. Dat zeggen is vandaag bijna ketterij geworden.

Pascal Smet voegde er een laag slogans aan toe. “Elk talent laten schitteren.” Klinkt fantastisch op een folder. Maar onderwijs is geen Instagramfilter waar iedereen automatisch blinkt zodra je voldoende positieve woorden gebruikt.

Frank Vandenbroucke hervormde onafgebroken structuren en financieringsmodellen. Meer evaluaties. Meer systemen. Meer papier. Altijd nieuwe architectuurplannen terwijl de funderingen al scheuren vertoonden.

En dan is er nog een hoofdstuk dat je in jouw verontwaardiging handig oversloeg, Eric: het eindtermenfiasco. In 2021 werden ambitieuze nieuwe eindtermen goedgekeurd voor de tweede en derde graad mét digitale vaardigheden, algoritmen en programmeren als expliciet speerpunt. Eindelijk een ernstige investering in de toekomst. Maar het Katholiek Onderwijs, dat met een marktaandeel van 70% in het secundair onderwijs niet bepaald een onderdrukten-organisatie is, stapte naar het Grondwettelijk Hof. En won. In juni 2022 werden die eindtermen volledig vernietigd, wegens “te gedetailleerd”. Ben Weyts mocht de brokken opruimen. Het informaticaonderwijs: naar de schroothoop. Niet omwille van politieke lamlendigheid, maar omdat een machtige onderwijskoepel zijn eigen eindtermentraject aanvocht en dat traject tot puin sloeg.

Als je het over de doodgravers van het Vlaamse onderwijs wil hebben, Eric, moet je soms ook durven kijken naar wie de schop vasthield.

En dan nu Zuhal Demir

Ja, Eric. De huidige maatregelen zijn pijnlijk. Besparingen raken altijd degenen die zich het minst kunnen verdedigen. Die kritiek is terecht.

Maar wat jij doet, is een karikatuur opbouwen: één minister als de ideologische schurk, terwijl dertig jaar politieke modewoorden, pedagogische experimenten en budgettair gekonkel netjes onder het tapijt verdwijnen. Dat is niet intellectueel eerlijk. Dat is symboolpolitiek in omgekeerde richting.

De gemiddelde leerkracht staat vandaag tegelijk voor de klas, in de zorg, in administratie, in conflictbemiddeling, in digitale ondersteuning en in emotionele opvang. We hebben van onderwijs een soort Zwitsers zakmes gemaakt en kijken nu verbaasd dat het mes bot geworden is. Dat is het werk van een generatie beleid — niet van één minister.

Misschien moeten we eindelijk stoppen met telkens één minister symbolisch te kruisigen alsof daarmee plots alles opgelost raakt. Misschien moeten we eindelijk durven zeggen dat het systeem zelf al jaren over zijn limiet draait.

En misschien, heel misschien, moeten we opnieuw beseffen dat degelijk onderwijs niet gebouwd wordt op slogans, ideologische modewoorden of consultancytaal, maar op drie ouderwetse dingen:

kennis, rust, en sterke leerkrachten die opnieuw mogen lesgeven in plaats van permanent brandjes blussen.

Maar dat klinkt natuurlijk minder sexy op een verkiezingsaffiche

33 jaar klaspraktijk. Geen kabinet, geen studiedienst. Gewoon de klas.

Plaats een reactie