Dag Valerie, met uw idee dat wij hoeders zijn.

Geachte professor Trouet,

Uw essay in OverMorgen is even fraai als ontnuchterend. U tilt het klimaatdebat uit de waan van de dag en plaatst het in het licht van de geologische dieptetijd. U herinnert ons er briljant aan dat onze gehele beschaving een toevalstreffer is, een bloei in een zeldzaam ‘goudlokje’-moment van planetaire stabiliteit. En uw centrale stelling blijft nazinderen: “Wij zijn de generatie die bepaalt hoe het klimaat er voor de komende vierhonderd generaties zal uitzien.”

Hier moet ik, met het grootste respect voor uw vakmanschap, een fundamentele kanttekening plaatsen.

Uw redenering berust op een begrijpelijke, maar gevaarlijke menselijke arrogantie: de assumptie van controle. Het idee dat wij, Homo sapiens, de poortwachters zijn van een stabiel klimaat. Dat wij de thermostaatknop in handen hebben en nu moeten beslissen op welke temperatuur we hem voor de komende millennia vastzetten.

Maar de geschiedenis die u zo helder schetst, leert ons het tegendeel. Het leert ons niet over controle, maar over ondergaan. De ijstijden kwamen en gingen. De Chicxulub-meteoor sloeg in. ‘The Great Dying’ voltrok zich. Het Holoceen was geen geschenk van de mensheid aan zichzelf; het was een gelukkig toeval, een tijdelijk rustpunt in de planetaire dynamiek waar wij toevallig in terechtkwamen en waarin we konden floreren.

Uw eigen metafoor is veelzeggend: de paleoklimatoloog Richard Alley vergelijkt vroegere klimaatverandering met een dimmer, en de huidige met een lichtschakelaar die wij hebben omgezet. Dit beeld bevestigt juist het punt: wij hebben de schakelaar aangeknipt. We hebben een proces in gang gezet. Maar het idee dat wij dezelfde schakelaar op commando ook weer uit kunnen zetten, dat wij de dimmer nu terug kunnen draaien naar een vooraf bepaalde, comfortabele stand is een illusie!

Wij zijn niet de generatie die het klimaat bepaalt. Wij zijn de generatie die heeft ontdekt dat we een reus hebben wakker gemaakt.

Onze fout is niet dat we de atmosfeer hebben veranderd; dat deden cyanobacteriën met hun zuurstofproductie ook, met dramatische gevolgen voor de toenmalige levensvormen. Onze fout is dat we geloven dat we nu, vanuit onze uitzonderlijke positie in het Holoceen, de regie over dit proces kunnen en moeten overnemen. We gedragen ons als beginnende chauffeurs die per ongeluk een raketmotor hebben gestart, en nu denken dat we de baan van de raket naar Mars kunnen bijsturen.

De realiteit is grimmiger. Wij hebben de eerste, enorme impuls gegeven. Maar het klimaatsysteem, met al zijn terugkoppelingen, kantelpunten en traagheid in oceanen en ijskappen, zal die impuls verwerken volgens zijn eigen, complexe logica. Het idee dat we de opwarming precies bij 1,5 of 2,0 graden kunnen ‘parkeren’ door in 2050 netto ZERO te bereiken, is een politieke en morele noodzaak, maar een geologische fantasie. Het systeem heeft een momentum gekregen dat onze huidige acties nog tientallen jaren, zo niet eeuwen, zullen blijven voeden.

Betekent dit dat we moeten opgeven? Absoluut niet. Maar het betekent wel dat we onze doelstelling radicaal moeten herformuleren.

In plaats van te streven naar controle, het ‘bepalen’ van het klimaat, moeten we streven naar veerkracht. In plaats van te focussen op het stoppen van een planeet in evolutie (een onmogelijke taak), moeten we ons richten op het aanpassen van onze beschaving (een moeilijke, maar haalbare).

De komende vierhonderd generaties zullen niet leven in het klimaat dat wij bepalen. Zij zullen leven in het klimaat dat wij hebben losgemaakt. De vraag is dus niet: “Houdt u de temperatuur stipt op 1,7 graden?” De vraag is: 

“Hoe bouwen we samenlevingen die kunnen overleven en zelfs humanistisch kunnen floreren in een wereld van 2, 3 of 4 graden opwarming, met alle extremen, verschuivingen en verrassingen die dat met zich meebrengt?”

Dit is geen pessimisme. Het is een oproep tot een volwassener, urgenter realisme. Het zet de investeringsagenda op scherp:

  1. Stop met het subsidiëren van kwetsbaarheid. Bouw geen steden meer in overstromingsgebieden, versterk dijken niet alleen tegen de zeespiegel van vandaag, maar tegen die van overmorgen.
  2. Herontwerp onze landbouw niet voor het Holoceen, maar voor het Antropoceen: droogtetolerante gewassen, agro-ecologie, voedselsoevereiniteit.
  3. Prioriteer sociale cohesie boven economische groei. Een verdeelde samenleving breekt onder stress; een veerkrachtige gemeenschap buigt mee.
  4. Omarm adaptatie niet als nederlaag, maar als de centrale opgave van onze eeuw. Het terugdringen van emissies blijft moreel en fysiek noodzakelijk om het momentum niet nóg groter te maken. Maar het bouwen van veerkracht is wat ons zal redden.

U sluit af met Kierkegaard: het leven moet voorwaarts worden geleefd. Helemaal mee eens. Laten we dan ook voorwaarts leven, met de moed om onder ogen te zien dat we niet de hoeders van het klimaat zijn, maar de bewoners van een planeet die wij in beweging hebben gezet. Ons lot ligt niet in het beheersen van die planeet, maar in het onverwoestbaar maken van onze beschaving. Laten we daar, met dezelfde ernst en wetenschap die u tentoonspreidt, aan beginnen.

Met hoogachting,

Marc Bellinkx

Een gedachte over “Dag Valerie, met uw idee dat wij hoeders zijn.

  1. Zeer goed gezegd en daarbij geeft u eigenlijk aan dat politici dit hele klimaatdebat misbruiken om meer greep op de bevolking te krijgen en dat is natuurlijk verwerpelijk. Vooral de EU en de VN zijn daarbij schuldig, door onnodig paniek te zaaien. Ik lees net in het blaadje van CM over “klimaatangst bij jongeren”. Dat we de volgende generaties bewust angst aanpraten en daarbij psychologische problemen bij hen veroorzaken is bijna crimineel te noemen.

    Like

Geef een reactie op briefly1807b563c2 Reactie annuleren