A.I. komt niet aangedenderd; het ís er al. Het hertekent machtsverhoudingen, economieën en de fundamenten van onze privacy. Toch kijken Vlaamse beleidsmakers ernaar alsof het een didactisch projectje is. Men schrijft strategische nota’s met het tempo van een slak op verlof, terwijl techmachten, staten en algoritmische hegemonieën de wereld onder hun voeten herschrijven. Het contrast is zo absurd dat het komisch zou zijn, mocht het niet zo gevaarlijk zijn.
Dit is geen onderwijsdebat meer. Dit is geopolitiek! Zwaar, snel en radicaal asymmetrisch.
Maar in Brussel lijkt men vast te zitten in een beleidsmatige Zen-toestand: “A.I. moet veilig worden ingebed binnen een pedagogische visie.” Alsof je de inslag van een meteoriet wil reguleren met een werkgroep.
De harde realiteit laat zich niet rubriceren.
Terwijl de A.I.-wereld met de snelheid van een zonnestorm verandert, kruipt Vlaanderen naar de toekomst met beleidsteksten die lezen als handleidingen voor een faxmachine. Vijftig pagina’s vol niveautjes, barometertjes en disclaimers, verouderd nog voor je halverwege bent. AI is vloeibaar. Ons systeem is beton. Je voelt de breuklijn.
En wie een beetje dieper graaft – niet in pedagogische studiedagen, maar in de geopolitieke machinekamer – ziet wat er werkelijk gebeurt. China bouwt een surveillancemodel dat de realiteit zelf filtert. De VS gebruikt Big Tech als proxy-macht. Europa rent erachteraan met wetgeving die al achterhaald is voor ze in werking treedt.
En Vlaanderen? Vlaanderen schrijft rubrics.
Het beleid kijkt weg – en gebruikt onderwijs als bufferzone.
“Zorg dat jongeren AI juist leren gebruiken,” klinkt het. Maar dat is theater. Papiermaskers tegen een storm. De echte ontwikkelingen spelen zich elders af: Chatcontrol wordt uitgerold, de digitale munt wordt de prelude tot totale traceerbaarheid, en onze data worden niet beheerd, maar gekoloniseerd. Zoals Jochem De Groot schrijft in Kolonisten van de Cloud: we worden behandeld als digitaal vee.
Dit is geen gadget. Dit is, zoals ik in De Tiende Plaag beschrijf, een moderne plaag: een kantelpunt dat alles blootlegt wat misloopt. AI is het zenuwstelsel van een opkomende Nieuwe Orde. Een machtsinstrument.
En toch behandelen onze beleidsmakers het als een digitale rekentoets.
De absurditeit als symptoom van blindheid.
En dus stellen we, in het Vlaamse onderwijslandschap, vragen als: “Mag AI gebruikt worden om woordjes te studeren?” en “Welke APA-normen hanteren we voor prompts?” Alsof we met een huiswerk-fiche een tsunami kunnen tegenhouden.
Die vragen tonen de kern van het falen: we verwarren controle met begrip. Het onderwijs wil AI in een doos stoppen. Maar AI ís de doos, en wij zitten er al in. De echte vraag is niet of leerlingen stiekem ChatGPT gebruiken. De echte vraag is of we zelf begrijpen in welk systeem we belanden, en of we durven toegeven dat we de controle allang kwijt zijn.
De opdracht is niet regulering, maar overleving.
Onderwijs hoort jongeren voor te bereiden op de toekomst die er werkelijk aankomt. Niet op die van onze hoop. Een toekomst waarin digitale soevereiniteit geen luxe is, maar een overlevingsstrategie. Waarin kritische AI-geletterdheid belangrijker is dan het verschil tussen niveau 3 en 4 op een barometer.
Misschien is dat de echte opdracht: minder regels, meer realiteit. Minder schijncontrole, meer moed. Minder papieren veiligheid, meer inzicht in de storm die razendsnel vorm krijgt, ver buiten onze beleidsnota’s.
Tot die tijd blijft Vlaanderen teksten schrijven over iets dat al aan het muteren is terwijl we ernaar kijken.
En ergens, heel zacht, klinkt George Orwell die fluistert:
“Ik had gewaarshuwd, maar jullie waren druk bezig met rubrics.”