Iets over het distributietarief.

Het distributietarief is altijd al een bron van discussie geweest. De zoektocht naar een antwoord op tal van argumenten in deze discussie werd de wieg van Kontich Stroomt. Intussen is er al héél wat water naar de zee gelopen en overlopen we in deze discussie wat feiten.

De energiefactuur van een gemiddeld Vlaams gezin gaat volgend jaar met ruim 5 procent de hoogte in. Dat is een stijging van ongeveer 50 euro.

De Vlaamse energieregulator VREG maakte het één en ander bekend op een persconferentie ( presentatie ).

Wij gebruiken vaak het beeld van een 100 euro rekening. Als u en ik 100 euro betalen voor stroom is de verdeling ongeveer zo:

  • 30 euro is voor de elektriciteit. Dit is de som die bijvoorbeeld Eneco, Essent of Electrabel daadwerkelijk krijgen.
  • 38 euro is voor het ‘aan huis brengen’ van deze elektriciteit. Deze som is voorbehouden voor de netbeheerders
  • 08 euro is voor het hoogspanningsnet. Dit zijn de grote masten die elektriciteit over lange afstanden vervoeren.
  • 24 euro is voor de staat. Het zijn heffingen en taksen zoals bijvoorbeeld de Turteltaks en prosumententarief

Waarover gaat het?

Het gaat nu vooral over die 38 euro oftewel de nettarieven. Dit zijn de belangrijkste kostenpost op de elektriciteitsfactuur van gezinnen: ze staan nu al voor 38,44 procent van de factuur van een gemiddeld gezin, een hoger percentage dan ooit.
Er zijn meerdere verklaringen voor deze stijging van de energiefactuur.

De stijging zit vooral in de ‘exogene kosten’.

Dit zijn kosten die de netbeheerders aanrekenen maar waar ze weinig vat op hebben
Deze bedragen 51 procent [ 20 euro ] van de distributiekosten. Zo legde de overheid de netbeheerders in 2015 op dat ze vennootschapsbelasting moeten betalen en werd dat tot nu nog niet volledig doorgerekend.

Je kan je de vraag stellen bij de post “openbare dienstverplichting” van de netbeheerders. Dit zijn taken door de overheid opgelegd. De netbeheerders moeten deze uitvoeren, maar mogen de kosten ervan doorrekenen. Dit principe noemt het “solidariseren” van de kosten. Het gaat om bijvoorbeeld de energiepremies voor isolatie. De reactie van de minister lees je trouwens straks. 

Is deze taak niet beter weggelegd voor de confederatie Bouw? Als je vaststelt dat deze uitgavepost 4 jaar op rij aanzienlijk stijgt kan je denken dat ze goed bezig zijn en meer dossiers behandelen.
Is dat wel zo?
Anderszijds kan je je afvragen of een netbeheerder nu net het meest geschikt kanaal is. Zij moeten sowieso externen aantrekken en deze weten dat wel te smaken, zeker omdat de prijs voor hun expertise wel naar waarde weten te schatten. Op vergaderingen heet het dan dat het groeperen van offertes van gemeentes dan kostenbesparend kan werken. Helaas weten wij uit ervaring en uit concrete dossiers in onze gemeente dat dit niet zo is! Hofleverancier van deze diensten is een grootinstallateur die afhangt van ’s lands grootste energieproducent.

Net dezelfde vragen rijzen bij de campagnes rond het promoten van rijden op CNG of andere REG maatregelen; REG staat rationeel energiegebruik. Is dit echt een taak voor een netbeheerder? Kunnen en moeten zij zich niet beter toespitsen op hun kerntaak, die ze trouwens zeer goed doen. Cijfers die onze beheerders vergelijken met het buitenland tonen dit aan.

Zou de netbeheerder al die bijkomende taken wel met de nodige intensiteit doen? Hun inkomsten zijn immers gebaseerd op en gekoppeld aan de hoeveelheid geleverde energie. Dus hoe zuiniger wij omgaan met energie, hoe minder ze verdienen! Het doet denken aan de ‘eerlijkheid’ van AWW die botweg toegaf dat de prijs voor het water is gestegen, net omdat we alsmaar zuiniger zijn gaan omspringen met water. Dit had als pervers gevolgd dat hun inkomsten daalden en ze ‘genoodzaakt’ waren hun prijs per eenheid op te drijven. Voor de netbeheerders is dit net hetzelfde, alleen communiceren zijn veel slimmer ( lees sluwer ) omdat het iets ingewikkelder in mekaar steekt.

Ook spelen ze het niet altijd even fair. Neem nu het verhaal van de kosten voor het uitdelen van de befaamde gratis 100 kWh. Dit was ook weer zo’n populistische politieke maatregel. Deze kost van 54 miljoen werd netjes in het distributietarief gestoken en onder ons dus verdeeld. Solidarisme volgens de letter van het woord uitgevoerd. Toen de maatregel werd afgeschaft, werd meegegeven dat de eindklanten hun rekening zagen stijgen, terwijl deze eigenlijk… had moeten dalen!

Het zand dat zeer summier in de ogen werd gestrooid was het feit dat deze 100 kWh nu effectief moest betaald worden!

Het doet denken aan de friturist.
Als de prijs van de aardappelen stijgt, wordt z’n pakje frietjes duurder
Als de prijs van de aardappelen daalt, heeft ie ineens ‘andere kosten’ en blijft het pakje even duur.

En wat te denken van visie? Moet een distributiebeheerder aardgaswagens gaan promoten? Het is een niet zo goede keuze en die budgetten voor de reclamecampagnes dat is dan nog een ander punt. Dus die #tankjewel is dat niet een taak die beter in de schoot van de GreenMobility groep wordt gelegd?

Tijdens de strijd om de Chinees was er ook een argument dat er een heel informaticaplatform moest worden opgericht om het toekomstige smartgrid op te richten. Het is alvast grappig op te merken dat het “nieuwe” platform om de certificaten in te geven gestoeld is op een java-applicatie. Net die applicatie waarvan de informaticawereld weet dat ze gevoelig is aan hacking en onbetrouwbaar is geworden. Diezelfde wereld kiest meer en meer voor HTML5. Een vorm van vooruitziendheid en visie die toch vragen doet rijzen over de stabiliteit en veiligheid van een smartgrid in Vlaanderen.

Dit brengt ons bij de GSC. De netbeheerders hebben inderdaad enorm hoge kosten door het verplicht opkopen van groenestroomcertificaten. Daar waar ze tot nu gebonden waren aan een minimumprijs, wat alweer een bizarre overheidsbeslissing was, is deze beperking nu weggevallen. Voor dit reëel probleem lijkt niemand een oplossing te hebben. Toch doen wij hierin een origineel, tevens innovatief voorstel. Eentje dat alvast 1 zode aan de dijk wil brengen.

Een deel van de gemeenten legt ook een bijkomende belasting (‘retributie’) op voor werkzaamheden op hun grondgebied. Deze belasting aan de netbeheerders mogen ze uiteraard doorrekenen. Zo lijkt dit eerder op een verdoken belasting. Maar in hoeverre geldt hier de regel van solidarisering. Als nu 100 gemeentes retributies opleggen, wordt de som dan over alle gemeentes? Maw. betalen alle burgers voor de inkomsten van een deel van de gemeentes?

De ‘endogene’ kosten

Dit zijn de kosten voor de eigenlijke aanleg en onderhoud van het net. Ze vertegenwoordigen nog 49 procent van die 38 euro. 

Deze kosten hebben de netbeheerders zelf in de hand. Maar hier is toch iets vreemd aan de hand. We lezen:

De VREG vroeg de netbeheerders die verdeelsleutel door te trekken naar de ‘exogene’ kosten van energiepremies, budgetmeters, et cetera. Dat leidt er – tot verrassing van de VREG – toe dat de distributienettarieven stijgen voor gebruikers op laagspanning, en dalen voor gebruikers op hoogspanning.

Een ander punt dat beter te begrijpen is, is het dividendenbeleid.De VREG legt niet rechtstreeks op welke winstmarge de netbeheerders mogen nemen, wel onrechtstreeks:

er is een kapitaalvergoeding van 5 procent – dit was voorheen 6 procent maar is bijgesteld gezien de lage rentetarieven op de financiële markten.

Daarmee moet een netbeheerder zowel de kapitaalkosten dekken als eventueel een dividend uitkeren. Liggen de kapitaalkosten voor vreemd vermogen hoger, dan rest minder voor dividend. Overigens valt te verwachten dat de kapitaalkosten voor Eandis iets hoger worden, aangezien het zijn kredietrating zag verslechteren doordat de fusie van de zeven netbeheerders onder Eandis niet is doorgegaan. Dit gegeven werd door hun CEO daags na het afspringen van de deal al geopperd. Van een verrassing gesproken overigens.

De allereerste en initiële inzet voor de strijd rond de intrede van het Chinese staatsbedrijf in Eandis ging over het feit dat de burger sowieso niet eens de kans kreeg mee te dingen naar [ een deel van ] de koek. Er werd anno 2015 beloofd aan de investeerder om minstens 5% gegarandeerd ( door ons distributietarief dus ) te mogen ontvangen. Wij zagen hierin een mooie kans om  [ een deel van ]  het bod over te dragen naar de coöperatieve beweging in Vlaanderen.

Waarom is dat percentage zo hoog? Bij een coöperatief verhaal weet de burger dat 0% een ‘gevaar’ is, maar mikt men bij het verwezenlijken van projecten op 3%, maximaal 6%. Op de vraag hoe fel de endogene kosten zouden dalen als dat dividend zou zakken naar 3%, werd er meegegeven dat deze ‘idiote’ vraag eigenlijk implementeert dat dit eigenlijk een voorstel is om alle gemeentes minder geld toe te schuiven, waardoor hun inkomsten zouden zakken. Zo is het natuurlijk gemakkelijk een goed voorstel dood te duwen. Dat we het er niet bij gingen laten, werd 17 maanden later wel duidelijk.

De VREG zelf zegt dan dat het met lede ogen aan zien. Pardon?
De regulator kan wel wegen op de uitbatingskosten, de investeringen in de netten en de kapitaalvergoeding voor Eandis en Infrax, maar heeft niets in de pap te brokken over de zogenaamde exogene kosten die via het nettarief doorgerekend worden aan de verbruiker. Kan de VLAAMSE regulator dan niet bij de VLAAMSE regering aankaarten alvast deze kosten te herbekijken?

Deze exogene kosten vormen een almaar grotere verzameling van belastingen en subsidiekosten, waardoor het nettarief meer en meer een verkapte belastingbrief lijkt. Deze indirecte belastingfactuur is vanaf 2017 goed voor de helft van het totale nettarief!

‘Die exogene kosten horen niet thuis in de distributienettarieven’, vindt VREG-topman Thierry Van Craenenbroeck. Maar het is de politiek die de keuze moet maken, voegt hij eraan toe.

Los van de discussie hierboven, lezen we ook enkele foute incentives om verder te bouwen aan een divers productiepark van hernieuwbare energie. Dat is trouwens de hoofdreden waarom wij ons groot intelligent zonnepark nog niet ontplooien: de onzekerheid over een nieuw en hopelijk slim tarief. Wij opperen voor een binoom tarief, deels capaciteit, deels volume. Wij lanceerden via het geijkte kanaal het idee om ook voor oost-west opstellingen een aparte “prosumenten”tarief te voorzien omdat deze opstelling net buiten de piekmomenten van een daltarief vallen en het net minder verstoren.
Wat er verder als nieuws te rapen viel, is verontrustend voor de prosumenten én de kleinere energiecoöperatieve initiatieven.

Tarief voor prosumenten met een terugdraaiende teller

Voor prosumenten met een terugdraaiende teller met een standaard installatie van 4,2 kW en een netto 0-verbruik zal de gemiddelde jaarfactuur 435 euro bedragen. Dit is een stijging met gemiddeld 33 euro tegenover 2016.

Zolang hier geen intelligent tarief komt dat de onrechtvaardige en onrechtmatige vlaktaks op de omvormer vervangt, krijgen we het gevaar van een ‘elite’ die gaat instaan voor hun eigen ge- en verbruik, waardoor de netbeheerder nog meer inkomsten gaat mislopen en dus… dit gaat verhalen op zij die  [ nu al ]  niet kunnen.

Zolang de netbeheerders en de VREG prosumenten als een probleem zien in plaats van een deel van de oplossing zal deze groep een gemakkelijk te viseren melkkoe blijven. Dan moet men niet verschieten dat fenomenen zoals “blockchain” of ‘afschakelacties’ de kop opsteken.

Injectietarieven

De injectietarieven middenspanning dalen met 41,50%. Ook voor laagspanning is er een daling, maar minder uitgesproken. Dit is voornamelijk een gevolg van de stijging van het geïnjecteerde volume ten opzichte van de kosten toegewezen aan injectie. Dus alle coöperatieve ideeën om die mensen zonder een eigen dak “solidariserend” te benaderen en ze een dak te faciliteren worden nu deskundig finaal ( lees financieel ) de kop ingedrukt. Jammer het is een ideologische ruggengraat voor het idee om zonnepanelen te delen. Niets belet ons om er voor te blijven gaan via #stroomversnelling bijvoorbeeld. Vandaar ons voorstel om voor oost-west gerichte panelen nu al een ander regime te voorzien ( 50% van de prosumententaks bijvoorbeeld )

Het huidig beleid kan nu keuzes maken en moet keuzes maken. Netbeheerders staan voor grote uitdagingen.
Het wordt hoogtijd dat die enkel hun kerntaak doen en dan nog liefst zo efficiënt mogelijk.
en moeten momenteel te veel “doen” voor de staat. 

De reactie van energieminister Bart Tommelein geeft ons toch een beetje moed en energie.

“Het kan niet meer dat allerlei kosten in de factuur worden geduwd. Genoeg is genoeg.”

Tijdens de #Bel10-actie van Radio1 formuleerden wij diverse voorstellen aan mevrouw Turtelboom.  Dankzij het werk van de kabinetsmedewerkers zijn deze niet allemaal verloren.

Tegen de stijging ten gevolge van het overmatig toekennen van groenestroomcertificaten in het verleden kan er een innovatief tegenvoorstel worden gedaan. Er werd een voorstel uitgedokterd om deze certificaten om te zetten in een verledding van de OV.
Daarnaast is er een limiet aan het doorrekenen van allerlei kosten. Door hun unieke positie en goeie banden met de gemeenten hebben distributienetbeheerders zo veel opdrachten gekregen dat hun takenpakket niet meer goed zit. Op dit moment delen zij premies uit, plaatsen ze laadpalen en budgetmeters, dragen ze de kosten van wanbetalers, onderhouden ze openbare verlichting… Maar genoeg is genoeg.
Als minister Tommelein dit wil herbekijken kunnen wij alvast enkele zeer concrete voorstellen formuleren. 

Wij lazen geamuseerd deze zin:

“Een aantal taken kan je ook goedkoper door de privésector laten uitvoeren.”

Het belangrijkste is dat we overschakelen van een verbruikstarief naar een capaciteitstarief. Dat is niet mijn bevoegdheid, maar die van regulator VREG, die binnenkort onder controle van het parlement staat. Ik roep het parlement op om daar werk van te maken.”

Waar wij de minister dan niet helemaal in begrijpen of volgen is zijn houding tov prosumenten:

“Wie nu zijn eigen stroom opwekt, betaalt minder mee in de distributiekosten, waardoor die voor andere gezinnen de pan uit swingen.

Dat is waar, maar lees opnieuw onze bemerking bij anders georiënteerde panelen én het idee dat deze taks geheven wordt op bais van de omvormer en op geleverde piekcapaciteit. Destijds had je omvormers die in trappen van 1 kWh stegen van ‘model’. Je zal maar een installatie hebben liggen van 3,1 KVA en een omvormer van 4 KVApiek! Let op, in de beginjaren had je zo van die cowboys van installateurs die zo’n dingen voorstelden.

Bij een capaciteitstarief betaal je op basis van je piekverbruik, dus de capaciteit van je aansluiting. Is een grotere transparantie van de facturen, waardoor mensen gestimuleerd worden om te investeren in energiezuinigheid, geen noodzakelijkheid.

Net voor een grote groep mensen is het bepalen van die piek alvast een enorm probleem! Moet je er vanuit gaan dat je aansluiting moet kunnen instaan voor het bakken van frietjes, samen met het drogen van de was en het voorzien van 2 tienerkamers voorzien van een volledige multimedia-installatie? Het is dezelfde denkfout waarbij mensen geneigd zijn om een grote monovolume te kopen om ‘misschien eens ne keer’ die grote kast te verhuizen. 99% van de tijd wordt deze capaciteit niet gebruikt!

Er is nog wel wat werk aan de winkel!
Wij houden alvast op diverse manieren de vinger aan de pols en hopen dra enkele van onze stappen te mogen uitvoeren!
Een stappenplan naar een nieuwe energiewereld.

Met energieke groet
Marc Bellinkx
CDO Kontich Stroomt

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: