Van Yuval Noah Harari tot een schop in Gambia. Over inspiratie, influencers, gemiste kansen en de kracht van de vraag: wat als?
Vijf keer Love Tomorrow Summit.
Vijf keer een zaal vol ideeën, toekomstbeelden en mensen die de wereld een beetje beter willen maken.
En toch stapte ik na mijn vijfde editie buiten met een vraag die me steeds meer bezighoudt.
Wat als we minder tijd zouden besteden aan het vertellen hoe de toekomst eruit moet zien, en meer tijd aan het mogelijk maken ervan?
Ik ben Marc Bellinkx. Leraar aardrijkskunde, leraar informatica, systeemdenker en iemand die moeilijk kan zwijgen wanneer hij denkt dat er iets anders mogelijk is. Ik geloof in ideeën, maar nog meer in ideeën die de werkelijkheid raken. Een plan voor een betere wereld is mooi. Een experiment dat toont dat het kan, is interessanter.
De vijf edities van Love Tomorrow hebben me daarbij geholpen. Ze hebben me geïnspireerd, nieuwe mensen leren kennen en mijn blik verruimd. Maar ze hebben me ook kritischer gemaakt. Want ergens tussen de eerste verwondering en de vijfde uitnodiging begon ik me af te vragen wat we eigenlijk met al die inspiratie doen.
De eerste editie: wanneer een idee wortel schiet
Mijn eerste Love Tomorrow Summit leverde ontmoetingen op die lang zijn blijven nazinderen.
Ik ontmoette Yuval Noah Harari. Ik wilde van hem weten hoe een leraar artificiële intelligentie moest bekijken. Niet alleen als een nieuwe technologie, maar als een ontwikkeling die onze manier van denken, leren en samenleven fundamenteel kan veranderen. Mijn vraag hield hem een tijd bezig. Hij gaf me geen eenvoudig antwoord, maar het bevestigde wel dat de vraag belangrijk genoeg was om te blijven stellen.
In zijn AI-film Once Upon AI bleef vooral het idee van The Rub hangen. Wat als AI een werkelijkheid helpt creëren die zich grotendeels buiten ons bewustzijn afspeelt? Wat als we systemen bouwen waarvan de gevolgen we niet meer volledig begrijpen, terwijl we ze steeds meer beslissingen laten beïnvloeden?
Als leraar informatica is dat geen abstracte filosofie. Het raakt aan de kern van wat ik leerlingen wil bijbrengen: technologie leren gebruiken, maar tegelijk voldoende kritisch blijven om haar niet blindelings te vertrouwen.
Een tweede ontmoeting bracht me bij Dennis Karpes en zijn werk met Justdiggit. Daar groeide mee de kiem van mijn Vlinderwoud. Ook het plafond van de zaal, met de vlinder als symbool van Tomorrowland, speelde daarin een rol. Een idee ontstaat zelden uit één ingeving. Het is eerder een kruising van invloeden, observaties en vragen die plots dezelfde richting uit wijzen. De vlinder werd voor mij meer dan een mooi symbool. Hij werd een uitnodiging om na te denken over natuurherstel, biodiversiteit en de manier waarop kleine ingrepen grotere veranderingen op gang kunnen brengen.
Arash voegde daar een andere dimensie aan toe. Energy is not a given. Energie is geen vanzelfsprekendheid die altijd beschikbaar zal zijn, ongeacht hoeveel we verbruiken of hoe afhankelijk we ons maken van grote infrastructuren. Dat raakte aan een eigen droom: een bottom-up energienetwerk in Vlaanderen, waarbij mensen lokaal energie kunnen delen en niet uitsluitend afhankelijk zijn van centrale productie en distributie. Ik botste daarbij op institutionele grenzen en op de realiteit van ons energiesysteem, met Fluvius als een van de spelers waarmee rekening moet worden gehouden. Mijn droom werd niet zomaar werkelijkheid.
Maar een geblokkeerd idee is nog geen waardeloos idee. Het kan ook aantonen waar de regels, de infrastructuur of de organisatie van een systeem verandering moeilijk maken.
Lucas De Man liet me met zijn fungiwall dan weer anders kijken naar afval en materiaalgebruik. Zijn latere uitspraak dat plastic recycleren niet sexy is, is ook blijven hangen. ( derde editie )
Misschien is dat precies de uitdaging. Hoe maken we noodzakelijke oplossingen aantrekkelijk genoeg om mensen mee te krijgen, zonder de ongemakkelijke werkelijkheid weg te poetsen?
De tweede editie: inspiratie wordt een werkwoord
Tijdens de tweede editie kregen we een drinkfles met het logo van Love Tomorrow. Een klein voorwerp, maar wel iets wat ik apprecieer en koester. Het herinnert me aan een omgeving waar mensen nadenken over een andere toekomst.
Belangrijker was mijn ontmoeting met Leen Gorissen. Haar boek N.I. blijft voor mij een inspiratiebron bij het verder ontwikkelen van mijn Vlinderwoud.
Ook zag ik Inge Neven voor het eerst als CEO van VITO. Haar verhaal over carbonstone zette me aan het denken. Tegelijk kwam bij mij de kritische vraag op: waar eindigt veelbelovende innovatie en waar begint greenwashing? Dat is geen beschuldiging. Het is een vraag die bij iedere duurzame innovatie hoort.
Een groen klinkende oplossing is niet automatisch een goede oplossing. We moeten ook kijken naar de volledige levenscyclus, de gebruikte grondstoffen, het energieverbruik, de werkelijke milieuwinst en de gevolgen op langere termijn. Wie systeemdenken ernstig neemt, kan niet tevreden zijn met een mooi verhaal over één onderdeel van een groter geheel. Ik wil dus best geloven in nieuwe technologie. Maar ik wil ook weten wat ze oplost, wat ze kost en welk nieuw probleem ze misschien veroorzaakt.
Dat is geen negativisme. Dat is een noodzakelijke vorm van nieuwsgierigheid. Ook mailde ik haar voor ’t eerst om zelf mijn idee op het podium te mogen brengen
De derde editie: van podium naar praktijk
Tijdens de derde editie werd ik zelfs uitgenodigd met een VIP-ticket. Dat voelde uiteraard als een erkenning, maar de waarde van een festival zit voor mij uiteindelijk niet in de toegang tot een betere stoel.
Ze zit in de ideeën die je mee naar huis neemt.
Een Belg die pioniert met de productie van brandstof op Mars, met CO₂ als een belangrijke grondstof in het verhaal, bleef me bij. Het idee dat je op een andere planeet middelen zou moeten produceren om een terugreis mogelijk te maken, maakt meteen duidelijk hoe bepalend energie en grondstoffen zijn voor onze mogelijkheden. Zelfs een droom over Mars brengt ons terug naar de aarde: energie is niet zomaar beschikbaar, grondstoffen zijn niet oneindig en technologie heft de wetten van de fysica niet op.
Average Rob gaf me dan weer een heel andere les: geef niet te snel op. Soms heb je geen ingewikkelde systeemtheorie nodig, maar de herinnering dat je moet blijven proberen.
Maar de doorslaggevende inspiratie kwam voor mij uit de pitches over Africa and the Future.
Ik dacht terug aan ons schoolproject in Gambia. Mijn collega en haar team hadden daar eerder een schoolgebouw gefinancierd en werkten mee aan watervoorziening en vergroening. Hoe konden we dat project een volgende stap laten zetten? Het antwoord hoefde niet altijd uit een dure technologie of een internationaal consultancyrapport te komen.
Wat als we met een schop, kennis van het landschap en slim waterbeheer de natuur een duwtje in de rug konden geven? Het idee van Dennis, eerste editie, leven inblazen met een verhaal direct gelinkt aan Tomorrowland…
Zo groeide mijn interesse in waterharvesting: regenwater langer vasthouden, afstroming afremmen en het landschap helpen om water beter te benutten. Denk aan technieken zoals halve maantjes en kleine opvangstructuren, aangepast aan de plaatselijke bodem, het reliëf en de regenval.
Dat is geen wondermiddel. De juiste aanpak vraagt kennis van lokale omstandigheden, onderhoud en samenwerking met de mensen die het landschap dagelijks gebruiken. Maar het is wel een concrete manier om een abstract probleem om te zetten in iets waarmee je kunt beginnen.
Rashid Ali Abdallah herinnerde me er bovendien aan dat Afrika ook energetische troeven heeft die kansen bieden voor zijn toekomst. Te vaak bekijken we Afrika uitsluitend door de bril van problemen en afhankelijkheid. Nochtans liggen er mogelijkheden in hernieuwbare energie, kennisopbouw, lokale productie en samenwerking. De vraag is hoe die mogelijkheden duurzaam kunnen worden benut, zonder nieuwe afhankelijkheden te creëren.
Voor mij werd Gambia zo meer dan een schoolproject. Het werd een oefening in systeemdenken: hoe hangen water, bodem, vegetatie, onderwijs, energie en lokale ontwikkeling met elkaar samen?
En hoe kunnen we met beperkte middelen toch een betekenisvolle verandering in gang zetten?
De vierde editie: wanneer inspiratie een product wordt
De vierde editie deed me minder plezier.
Ik merkte dat ik minder lezingen volgde en meer ging netwerken. Het aanbod aan influencers en feelgoodverhalen begon voor mij de krachtige boodschap van de eerste editie te overschaduwen.
Misschien ligt het probleem niet bij de mensen op het podium. Inspirerende verhalen hebben hun waarde. Ze brengen ideeën onder de aandacht, maken complexe thema’s toegankelijk en kunnen mensen motiveren om in beweging te komen.
Maar er is een grens.
Wanneer de verpakking belangrijker wordt dan de inhoud, wanneer het verhaal beter moet scoren dan de oplossing en wanneer de boodschap vooral een goed gevoel moet achterlaten, dreigt inspiratie een eindproduct te worden. We applaudisseren voor de toekomst en keren vervolgens terug naar onze vertrouwde routines.
We delen een filmpje over biodiversiteit, maar vragen niet wie het terrein zal beheren. We luisteren naar een verhaal over energie, maar onderzoeken niet waarom lokaal delen zo moeilijk kan zijn. We zijn onder de indruk van artificiële intelligentie, maar staan onvoldoende stil bij de controle die we ermee uit handen geven.
En zo ontstaat een merkwaardige paradox: we verzamelen steeds meer ideeën over verandering, maar zijn niet noodzakelijk beter in staat om die verandering te realiseren.
Ik wil daarbij niet de pretentie hebben dat ik zelf alle antwoorden bezit. Ook mijn projecten lopen tegen grenzen aan. Niet ieder idee is goed, niet iedere innovatie werkt en niet ieder enthousiasme houdt stand wanneer de praktijk weerbarstig blijkt.
Maar precies daarom hebben we meer nodig dan applaus. We hebben ruimte nodig om te experimenteren, om fouten te maken, om bij te sturen en om ideeën kritisch te toetsen.
De vijfde editie: goed, ik zal mijn titel dan maar gebruiken
Dit jaar mocht ik opnieuw naar Love Tomorrow Summit. Opnieuw een uitnodiging, opnieuw een ticket. Ik blijk zelfs tot hun topinfluencers te behoren. Dat is een mooie titel. Maar als ik dan toch een influencer ben, wil ik graag proberen iets te beïnvloeden.
Niet alleen de manier waarop mensen naar morgen kijken, maar ook wat ze vandaag durven doen.
Ik wil het hebben over mijn Vlinderwoud. Over waterharvesting in Gambia. Over mijn droom van lokale energiedeling. Over de leerlingen die ik met oude computers en een visie aan het bouwen wil zetten, in plaats van hen alleen te laten consumeren wat anderen voor hen hebben gemaakt.
En over De Tiende Plaag, mijn boekproject waarin ik de oude Egyptische plagen vertaal naar tien moderne kantelpunten die onze toekomst bedreigen.
Overbevolking, overconsumptie, vervuiling, ziekte, watertekort, klimaatverandering, artificiële intelligentie, energieafhankelijkheid en krachten van de aarde: het zijn geen netjes gescheiden problemen. Ze beïnvloeden elkaar. Ze versterken elkaar soms. En oplossingen voor het ene probleem kunnen nieuwe problemen bij een ander veroorzaken.
De tiende plaag is in dat verhaal uiteindelijk ook een vraag naar de mens zelf. Naar onze neiging om steeds groter te bouwen, meer te verbruiken en de grenzen van onze systemen pas ernstig te nemen wanneer we ertegenaan botsen.
Maar ik schrijf dat verhaal niet om mensen met doemdenken naar huis te sturen. Ik zoek naar uitwegen.
Want systeemdenken betekent niet alleen dat je leert zien hoe problemen samenhangen. Het betekent ook dat je leert zoeken naar plaatsen waar een kleine ingreep een groter verschil kan maken.
Mijn voorstel: geef de vraag eens een podium
Ik zou volgend jaar graag op het podium van Love Tomorrow Summit staan. Niet om nog eens een algemene oproep te doen om de wereld te redden. Die boodschap kennen we ondertussen wel.
Ik wil een zaal uitdagen om anders te denken. Om concrete problemen te bekijken en vervolgens de vraag te stellen die nieuwe mogelijkheden opent.
Wat als we energie met onze buren zouden kunnen delen?
Niet alleen als een technisch verhaal over zonnepanelen en batterijen, maar als een vraag over infrastructuur, regelgeving, samenwerking en de verdeling van verantwoordelijkheid.
Wat als we met een schop en kennis van het landschap de natuur konden helpen herstellen?
In Gambia onderzoeken we hoe water langer kan worden vastgehouden en hoe lokale ingrepen de vergroening kunnen ondersteunen.
Wat als we oude computers niet als afgeschreven rommel beschouwen, maar als gereedschap waarmee leerlingen hun eigen digitale omgeving leren bouwen?
In mijn lessen informatica wil ik jongeren niet alleen leren werken met technologie. Ik wil hen ook laten begrijpen hoe ze werkt, waar de grenzen liggen en hoe ze zelf iets kunnen opbouwen.
Wat als we artificiële intelligentie niet alleen beoordelen op wat ze voor ons kan doen, maar ook op wat we haar stilaan laten bepalen?
Dan wordt AI niet alleen een verhaal over efficiëntie en productiviteit, maar ook over autonomie, macht, energieverbruik en de toekomst van onze samenleving.
Wat als we de tien moderne plagen niet als tien afzonderlijke rampen bekijken, maar als een systeem waarin de ene ontwikkeling de andere kan versnellen?
Dan verschuift onze aandacht van losse symptomen naar de onderliggende verbanden. En misschien ontdekken we zo ook waar we het systeem een andere richting kunnen uitsturen.
Dat is het verhaal dat ik wil brengen. Geen belofte dat alles eenvoudig op te lossen valt. Wel een uitnodiging om verder te kijken dan de volgende keynote, de volgende campagne of het volgende inspirerende filmpje.
Morgen begint niet op een podium
Ik blijf dankbaar voor wat Love Tomorrow me heeft gebracht. Zonder die ontmoetingen waren sommige ideeën misschien nooit op dezelfde manier gegroeid. Het festival heeft me nieuwe perspectieven gegeven en mensen leren kennen die mee nadenken over een andere toekomst.
Maar mijn ambitie reikt verder dan geïnspireerd naar huis gaan.
Ik wil dat het Vlinderwoud groeit. Ik wil dat ons project in Gambia concrete resultaten oplevert.
Ik wil dat leerlingen ervaren dat ze technologie niet alleen hoeven te gebruiken, maar ook zelf kunnen bouwen.
Ik wil dat we ernstig nadenken over de manier waarop we energie delen.
En ik wil met De Tiende Plaag mensen aanzetten om verbanden te zien die anders verborgen blijven.
Daarom stel ik de vraag opnieuw.
Wat als we niet alleen morgen vieren, maar vandaag de ruimte geven aan mensen die morgen proberen te bouwen?
Love Tomorrow, ik heb ideeën. Ik heb praktijkervaring. Ik heb vragen, twijfels en voldoende koppigheid om te blijven proberen.
Geef me een podium en laat me een zaal niet alleen inspireren, maar ook uitdagen.
Want de toekomst heeft geen gebrek aan mensen die haar mooi kunnen beschrijven.
Ze heeft nood aan mensen die durven vragen wat er anders kan, die de handen uit de mouwen steken en die anderen helpen om mee te bouwen.
En soms begint dat gewoon met een schop in de grond.
Of met één ongemakkelijke vraag.
Wat als?
Marc Bellinkx
Leraar aardrijkskunde en informatica | Systeemdenker | Initiatiefnemer van het Vlinderwoud | Auteur van De Tiende Plaag








