Tenminste als jij tevreden bent met een wereld die je niet begrijpt.
Beste Bockie,
Ik las dat je na dertig dagen opnieuw op de schoolbanken te hebben gezeten, tot een helder besluit bent gekomen:
“De pot op met aardrijkskunde. Dat heeft echt niemand nodig.”
Kijk.
Als leraar aardrijkskunde zou ik daar natuurlijk ontzettend kwaad van kunnen worden.
Ik zou kunnen beginnen over mijn meer dan dertig jaar voor de klas. Over leerplannen. Over mijn leerlingen. Over de moeite die duizenden aardrijkskundeleraren iedere dag doen om jongeren iets bij te brengen over de wereld waarin ze straks hun volwassen leven moeten leiden.
Maar eigenlijk heb je mij een veel interessantere opdracht gegeven.
Je hebt namelijk onbedoeld een uitstekende aardrijkskundeles gegeven. Want jij hebt een uitspraak gedaan over een vak waarvan je blijkbaar nog altijd denkt dat het gaat over landen, hoofdsteden, rivieren en wat kaartjes inkleuren.
En daar zit precies het probleem.
Niet bij aardrijkskunde.
Bij het beeld dat wij er soms zelf van maken.
Want aardrijkskunde is niet de wetenschap van “Waar ligt Frankrijk?” Aardrijkskunde is de vraag waarom Frankrijk ligt waar het ligt.
Of
Waarom Antwerpen een wereldhaven werd.
Waarom Vlaanderen volgebouwd raakt.
Waarom de Straat van Hormuz voor een wereld die duizenden kilometers verderop woont van levensbelang is.
Waarom mensen zich concentreren in steden.
Waarom anderen wegtrekken.
Waarom sommige gebieden rijk worden met grondstoffen en andere gebieden er nauwelijks beter van worden.
Waarom jouw boterham op school afhankelijk is van een planetaire keten van landbouwgrond, water, energie, transport, kunstmest, havens, geopolitiek en koopkracht.
En waarom die boterham uiteindelijk misschien wel één van de meest geografische objecten is die je die middag in je handen hebt.
Dat is aardrijkskunde!
Je hebt het zelf trouwens bijna bewezen. Je vertelt in hetzelfde interview dat je wilde begrijpen hoe het is om vandaag zestien jaar te zijn. Je wilde ontdekken hoe jongeren denken, wat hen bezighoudt en hoe hun omgeving hen vormt.
Welkom in aardrijkskunde.
Want precies daar begint ons vak.
De mens staat nooit los van zijn omgeving. Niet fysiek. Niet economisch. Niet sociaal. Niet cultureel.
Wie woont waar?
Waarom daar?
Waar komt het voedsel vandaan?
Waar zit het water?
Waar liggen de grondstoffen?
Waar wordt energie geproduceerd?
Waar ontstaan steden?
Waar lopen handelsstromen?
Waarom migreren mensen?
Waarom ontstaan conflicten precies op bepaalde plaatsen?
Waarom verandert een landschap?
Waarom wordt een regio rijk terwijl een andere achterblijft?
En vooral:
Hoe grijpt dat allemaal op elkaar in?
Dat is de reden waarom ik aardrijkskunde steeds minder als een schoolvak en steeds meer als een soort kompas ben gaan bekijken.
Mijn leerlingen moeten niet na drie jaar kunnen zeggen hoeveel inwoners Niger heeft.
Ze moeten kunnen nadenken over wat er gebeurt wanneer een bevolking groeit, wanneer landbouwgrond onder druk komt, wanneer steden uitbreiden, wanneer grondstoffen schaarser worden, wanneer klimaat verandert en wanneer mensen beginnen te migreren.
Ze moeten begrijpen dat acht miljard mensen niet zomaar een groot getal zijn. Acht miljard mensen vormen een systeem.
Een systeem dat voedsel, water, energie, grondstoffen en ruimte nodig heeft.
En precies daar wordt aardrijkskunde plots bijzonder ongemakkelijk.
Want de grote vraag is niet meer:
“Waar ligt dat?”
Maar:
“Kunnen we dit nog volhouden?”
Dat is overigens geen theoretische vraag.
Dat is de vraag achter klimaat, migratie, energie, voedselzekerheid, waterstress, grondstoffen, verstedelijking en geopolitiek.
Het huidige Vlaamse leerplan aardrijkskunde is trouwens bepaald geen verzameling vrijblijvende weetjes. Het vraagt leerlingen onder meer om demografische evoluties te begrijpen, mondialisering en wereldwijde netwerken te onderzoeken, de impact van landbouw, grondstoffen, energie en verstedelijking op landschappen te verklaren, planetaire grenzen te onderzoeken en na te denken over de transitie naar een duurzame wereld. (Marc groet)
Dat is behoorlijk wat voor dat ene schamele uurtje per week. En daar zit misschien mijn grootste probleem met jouw uitspraak.
Niet dat jij aardrijkskunde niet interessant vindt. Dat mag. Niet iedereen hoeft aardrijkskunde leuk te vinden.
Maar wanneer iemand die professioneel probeert uit te leggen hoe de wereld in elkaar zit, na een maand school nog altijd denkt dat aardrijkskunde “niemand nodig heeft”, dan vraag ik mij af wat wij onderweg fout hebben gedaan.
Want misschien hebben wij het te vaak over leerinhouden gehad en te weinig over de wereld.
- Misschien hebben we leerlingen laten studeren dat de ITCZ zich verplaatst, zonder hen eerst te laten verwonderen over de vraag waarom de Sahel eruitziet zoals hij eruitziet.
- Misschien hebben we demografische transitie als grafiek aangeboden, terwijl daarachter miljarden individuele levens schuilgaan.
- Misschien hebben we mondialisering als begrip laten memoriseren, terwijl de smartphone in hun hand het perfecte bewijsstuk is.
- Misschien hebben we klimaat als hoofdstuk behandeld, terwijl het klimaat slechts één onderdeel is van een veel groter systeem.
En misschien hebben we daardoor zelf meegeholpen aan het misverstand dat aardrijkskunde een vak is dat je moet kennen in plaats van een vak dat je nodig hebt om de wereld te kunnen lezen.
Daar mogen wij als geografen best eens voor de spiegel gaan staan.
Maar Bockie, ik heb nog één vraag.
Je zegt dat niemand aardrijkskunde nodig heeft.
Prima.
Probeer dan eens één dag zonder aardrijkskunde.
Eet niets waarvan je de herkomst niet kent!
- Gebruik geen energie.
- Gebruik geen smartphone.
- Stap niet in een auto, trein of vliegtuig.
- Gebruik geen producten die grondstoffen uit het buitenland bevatten.
- Koop niets dat via een mondiale productieketen tot bij jou gekomen is.
- Negeer het weer.
- Negeer klimaat.
- Negeer water.
- Negeer migratie.
- Negeer geopolitiek.
- En kijk vooral niet op een kaart.
Succes ermee.
Je zult vrij snel ontdekken dat aardrijkskunde ongeveer hetzelfde probleem heeft als zuurstof. Je merkt pas hoe belangrijk het is wanneer iemand beweert dat je het niet nodig hebt.
Misschien is dat wel de echte opdracht van een aardrijkskundeleraar.
Niet leerlingen leren waar de wereld ligt.
Maar hen leren zien waarom de wereld ligt zoals ze ligt.
Dus ja, Bockie.
De pot op met aardrijkskunde.
Tenminste als jij tevreden bent met een wereld die je niet begrijpt.