Dag Leonardo, met je boom en je komeet

Beste Leonardo,

Je stond daar, op dat podium voor de VN, en je sloeg de spijker op de kop met een passie die we te weinig horen. Het was het slotakkoord van je docufilm Before the Flood. En het was ook het startschot voor jouw Bonn Challenge – 150 miljoen hectare hersteld land, een miljard bomen. Die oproep was voor mij de drive om je een brief te schrijven. Jij hebt het bereik, de middelen, de roep. En je vroeg om actie, om verhalen.

Ik kreeg een beleefde, standaardbevestiging van je team. Ik was er niets mee. Begrijpelijk. Wie was ik om te denken dat jij getriggerd zou worden door mijn voorstel?

Toch schrijf ik je opnieuw. Niet meer echt voor jou, eigenlijk. Voor die ene leerling destijds uit 2B. En voor iedereen die denkt dat zijn boom er niet toe doet.

Je maakte een nieuwe docufilm: Don’t Look Up!. Welnu, beste Leonardo, kijk jij nu eens op, alsjeblieft? Laat dit idee nu eens door je vingers glijden.

Ik heb een verhaal. Ik heb het Vlinderwoud. Niet een miljard bomen, maar één spadesteek op de plek die ertoe doet. Het begin van een kans voor een boom om levenslang te groeien, om het begin van een bos te vormen. Het begon niet in een kinderbedje onder een geplasterd plafond, maar met de vraag van die ene leerling. Hij keek me aan en vroeg: “Meneer, is het oké als ik maar voor één boom spaar? Het is niet veel.” Zijn vraag haalde me onderuit. “Tuurlijk is dat oké,” zei ik. “Iedere boom is een begin. Iedere boom heeft de kans om dat vlindereffect te starten.”

Maar mijn verhaal bereikte je niet. Het verdween in een mailbox. En ik bleef zitten met de vraag van die jongen, en met jouw oproep. Was mijn verhaal niet wervend genoeg? Was het probleem te groot voor één boom, één bos, één leraar met een droom?

Dus deed ik wat een leraar doet als het antwoord niet in de boekjes staat: ik ging zelf op onderzoek. Die zoektocht werd een tocht door de woestijn van onze tijd. Ik noemde de hindernissen De Tien Plagen. Overbevolking, vervuiling, waterschaarste, het algoritme dat ons denkt te kennen, de klimaatverwarring, de energiehonger. En uiteindelijk: de onaantastbare kracht van de aarde zelf, die ons herinnert aan onze nietigheid.

Ik dacht dat ik een boek schreef over problemen. Maar ergens, zwevend tussen al die plagen, besefte ik het: ik schreef geen analyse. Ik schreef het antwoord op mijn eigen brief aan jou.

Before the Flood eindigde met een vraag. De Tien Plagen eindigt met een kompas. Niet met één oplossing, maar met tien richtlijnen, getrokken uit duizenden plekken waar mensen het al anders doen. Van de ‘sponssteden’ in China die dansen met de regen, tot de Esten die hun algoritmen transparant maken. Van de energiecoöperaties in Portugal tot de waterputten in Valencia, waar boeren al sinds de Middeleeuwen samen regels maken.

Mijn antwoord is dit: we hebben geen gebrek aan problemen. We hebben een gebrek aan verbeelding. En verbeelding groeit niet uit angst, maar uit concrete voorbeelden van wat wél kan. Uit het besef dat de macht niet ligt in centraal geld of centraal beleid, maar in nabijheid. In de grond die je bewerkt, de buurt die je versterkt, de data die je opeist, de rivier die je herstelt.

Dus, Leonardo, dit is mijn laatste poging. Niet om je te bereiken, maar om de cirkel rond te maken. Jouw film was de vraag. Mijn boek is mijn antwoord. En dat antwoord is niet aan jou. Het is aan die jongen uit 2B. En aan iedereen die denkt dat zijn boom, zijn daad, zijn idee niet genoeg is.

Het is wél genoeg. Het is het enige dat ooit genoeg is geweest. Een miljard bomen begint met één. Een nieuwe wereld begint met één verhaal.

Dit is het mijne.

Met respect,

Marc Bellinkx
Auteur van De Tien Plagen – Een Kompas voor een Tijd in Overdrive

PS: Het Vlinderwoud start op mijn eigen verjaardag, Valentijnsdag 2026. Het is mijn antwoord op de vraag van die ene leerling. Daar mag die boom groeien. Dat is het enige dat telt.

fotocredit: https://www.rawpixel.com/search/leonardo%20dicaprio?page=1&path=1522&sort=curated

Plaats een reactie