Het lijkt erop, als de voorgaande hoofdstukken las, dat ik vrolijk de poten onder mijn leerstoel aan het zagen ben. Nochtans timmer ik veel liever aan een onderwijs waar zowel ouders, leerlingen als leerkrachten zich wel in voelen. Gelukkiglijk ben ik géén minister, heb ik niks te zeggen en zijn mijn soms kosteloze ingreepjes iets waar niemand klaar voor is?!

What’s in a name?

Niets zo eenvoudig als een studie-interessegebied ook daadwerkelijk interessant te laten klinken. In ASO spraken ze over economie. Een ‘klasse’ lager wordt dat dan handel. In de streek waar ik woon, heeft deze TSO-gewaardeerde studierichting veel van zijn pluimen verloren. ‘Kantoor en Automatisatie’, de BSO-versie,  klinkt zo mogelijk nog oubolliger. Het zijn nochtans lucratieve richtingen. De haven van Antwerpen, met al zijn nevenactiviteiten, heeft nood aan geschoold volk! Jonge werknemers die willen werken. Een eenvoudige naamsverandering naar ‘bedrijfswetenschappen’ zou deze richting al meer sexappeal geven. Het kan een steentje bijdragen aan het imagoprobleem. Ikzelf hanteer het bombastische ‘logistieke en commerciële wetenschappen’.

Een andere school liet het zelfs omdopen tot “Buisiness Economics”. Het kost nauwelijks een extra euro en het komt tegemoet aan het bekrompen beeld van die statussymbolen. Een chique naam doet al veel goeds. Een tijdje terug is er een sensibiliseringsactie rond Handel opgestart. De titel luidt ‘allesishandel’ en richt via alle sociale netwerken en klassiekere sites zijn pijlen op alle leerlingen. Zeer lovenswaardig en mijn idee om de naam ‘handel’ te wijzigen is al voorgesteld!

Delibereer [h]eerlijk helder

Een tweede voorstel dat geen cent kost is het transparant maken van het deliberatiesysteem. Ik verduidelijk met een schrijnend deliberatiegeval uit m’n rijke ervaring. Een leerling zit in het vierde jaar TSO. Ze behaalde voor geschiedenis, Engels, aardrijkskunde en zelfs voor bedrijfseconomie meer dan 75%. Haar Frans was echter onvoldoende en voor wiskunde scoorde ze maar 53%? Ben je dan een leerling voor BSO? Dit zijn moeilijke vragen, maar ik vind eerder het systeem falen dan de leerling! Alle argumentatie ten spijt verloor ik de strijd en werd de leerling verwezen naar het BSO-circuit.

Een ander voordeel is dat het een halt kan toeroepen aan het luxeverzuim. In een complexere school zoals de onze is het echt wel nodig om 3 volle dagen uit te trekken. Je zit met overlappingen, diverse richtingen, leerkrachten die een vak van 1 uur geven..

Sommige scholen durven nogal elitair stellen dat 60% de norm is. Vreemd genoeg zijn deze gegeerd en hebben ze regelmatig last van wildkamperen. Vreemd is dat leerlingen die in het eerste of tweede jaar niet meer slagen en bij een ‘gewone’ school komen zeer snel afdalen en het er zeker niet meer maken. Zo durven deze leerlingen wel eens denken ze dat ze jaren voorsprong hebben en niets hoeven te doen om te slagen. Deze gedemotiveerde en gedesillusioneerde uitstromers vragen, ondanks hun normale capaciteiten, ook weer extra aandacht om ze weer op de rails te krijgen. Vaak hebben ze in de ogen van hun ouders gefaald. 

Wat houdt een transparant deliberatiesysteem in?
Eigenlijk moet je dan als het ware het beste van alle evaluatiesystemen samenvoegen. Als docent redder heb ik ervaring met een geautomatiseerde fiche. We geven de punten van de diverse onderdelen zoals redden, zuurstof toedienen, wondverzorging in een rekenblad. Ieder deelgebied heeft een waarde. De fiche geeft aan of je geslaagd bent of niet. Rode vakjes geven aan welk leerstofonderdeel niet werd behaald en zelfs de plaats en datum van het herexamen staat er op. Herexamens in het onderwijs kunnen niet meer en de reden is te begrijpen. Eind juni zouden we na 2 of 3 examens toch genoeg cijfermateriaal mogen hebben.

Een geautomatiseerd attest zou die 4 dagen delibereren op het einde kunnen reduceren tot een administratief ‘ja’ of ‘neen’. 

Dit kan enkel werken als leerlingen exact kunnen weten wat van hun verwacht wordt. Laat nu net dat niet duidelijk zijn in vele scholen. Daardoor moeten wij vaak tot een kwartier besteden aan hoe we de boodschap formuleren naar de ouders toe. We durven niet meer rechttoe rechtaan de waarheid zeggen. We piekeren ons suf om maar verzachtende omstandigheden (sociaal milieu, gezinssituatie, leerproblemen, sterfgeval) mee in rekening te brengen om het kind dan toch nog maar een jaar langer te laten meedraaien in een te hoge richting. Bang dat we zijn om een juridische strijd te moeten voeren tijdens ons welverdiend groot ‘verlof’ (lees vakantie).

Misschien is net die houding die brood op de plank brengt van mindere advocaten. Zij hebben zich gestort op de inconsequente attestering van grotere scholen. Vooral de hoge scholen zijn momenteel graag geviseerd. Ook wij, middelbare scholen, leven stilaan onder de druk dat we wel eens weer opnieuw moeten samenkomen als een ouder een aangetekend schrijven stuurt. Maar is het potverdikke niet onze eigen schuld? Als je een waslijst met niet goed omlijnde raadgevingen om leerproblemen te behandelen aanreikt, is het gemakkelijk om procedurefouten in te roepen! Gelukkig formuleren wij onze attesten zeer grondig. Ook de argumentering is vaak niet min. Tegenwoordig zijn er op de deliberaties 2 collega’s druk in weer om alles (digitaal) te documenteren. Af en toe valt al wel eens de opmerking: ‘als we dat doen, dan zullen we op 3 juli wel eens terug hier zitten!’ Het doet mij hunkeren naar  het meer rechtvaardig centraal examensysteem.

Wat nu als we eens delibereren met de ‘gewone’ punten. Dus niet met de huidige punten, behaald met aangepaste examens, andere vormen van dictee, soepeler verbeteren en dergelijke. Op de deliberatie zelf zouden we dan wel rekening houden met de diverse leerproblemen. En echt de toekomstgerichte vraag durven stellen: ‘Wat zijn de slaagkansen in het beroepsleven die deze leerling via dit studietraject beoogt!’ Dit voorstelletje vloeide voort uit een dispuut met de leerkracht die de leerproblemen coördineert. Zij vindt deze mantel der liefde ideaal om kinderen te helpen zonder kleerscheuren het middelbare onderwijs af te maken. Zij meent immers dat deze kinderen nooit overwegen om een richting te kiezen die ingaat tegen hun handicap. Ah ja? Ik weet beter. Het is net zo dat vaak leerlingen wel kiezen tegen hun tekort in! Ze willen gewoon koste wat het kost hun hoog diploma (ASO) te pakken hebben! Het ticket op een gouden toekomst (denken ze).

Werk met credits en punten tijdens de queeste naar jouw toekomst

Een derde oplossing die nauwelijks wat kost is het systeem van studiepunten aan de universiteiten doordacht aanpassen voor de interessegebieden in het middelbare onderwijs. Ik weet wel dat dit systeem zijn voor- en tegenstanders heeft. Maar ik deed de oefening met enkele studierichtingen in onze school. Stel dat je een vast aantal vakken heb die je moet doorlopen in de gekozen richting. En dat die naargelang het resultaat je 32 tot 40 studiepunten geven. Dan kan je als optie vakken kiezen die je liggen. Misschien hebben sommige leerlingen liever biologie dan aardrijkskunde of geschiedenis. Of verkiezen ze techniek boven plastische opvoeding of muziek. In ieder geval geef je de verplichting extra studiepunten te verzamelen. Heb je 60 punten (voorbeeld) ben je geslaagd. Wil je maar een minipakket Frans, kan je ook maar 10 punten verdienen. Dus moet je waarschijnlijk een vak extra kiezen om aan je puntentotaal te raken. Kies je toch voor meer Frans kan je 15 punten verdienen (bijvoorbeeld natuurlijk).

Het klinkt wat ingewikkeld, maar als je het uittekent, valt dat wel mee. Praktisch gezien is het weer onrealiseerbaar door de geëigende structuren en eisen voor duidelijkheid van de leerkrachten. Iedereen wil graag op 1 september een vaste uurrooster met vaste klassen in vaste lokalen op de gevraagde vaste uren! Iedere eerste personeelsvergadering weer wordt de uurrooster onmiddellijk doorgemaild, gebeld of gesmst. Als er ergens 1 springuurtje niet goed valt, wordt er moord en brand geschreeuwd. En dat voor ocharm 25 weken! Tja, mijn betoog voor een hoogstaand onderwijs staat en valt natuurlijk met het niveau van de werknemers. Maar als men een kwalitatief onderwijs wil, kan dat alleen maar als de mensen die er voor instaan ook aan deze voorwaarde voldoen.

Een ander praktisch voordeel is dat allochtonen, sterk in wiskunde of een ander talent nu die taalachterstand gemakkelijk kunnen wegcijferen. Door hun keuzevak aan te vullen met essentiële ondersteunende vakken, krijgen ze de uitgelezen kans hun talent te ontwikkelen. Tot op heden worden ze te gemakkelijk uitgerangeerd met als excuse dat ze de taal niet machtig zijn. Welke taal? De onderwijstaal met veel instructieve werkwoorden is vaak al moeilijk te begrijpen voor een Vlaams kind. Dus dit als alibi gebruiken, is ronduit belachelijk.

Nu dat ik op dreef ben wil ik wel een stapje verder gaan, maar dan wordt het geen eenvoudig timmerwerk meer.

Als ik een school zou mogen organiseren, dan..

Een dwaas idee is het niet, er bestaan al vele vormen van onderwijs, gaande van Daltononderwijs, Subdury- over Freinetscholen en Steinerscholen. Maar tot nader order is het grootste deel van ons onderwijs georganiseerd in de, laat het ons dan verkeerdelijk, ‘klassieke’ scholen noemen. Als ik met leerlingen weer op dool ben in de leerstof en dagdroom over een onderwijs waar ‘kennis’ genoten wordt, stellen ze me voor om zelf minister te worden en enkele veranderingen door te voeren. Omdat ik mezelf goed genoeg ken, blijft het bij dit boek en het uitschrijven van enkele ideeën. Ik beantwoord vragen graag met vragen en geef er nog enkele bedenkingen bovenop. Dat is en blijft mijn talent.

Vraag aan een kleuter wat hij wil worden. Brandweerman en piloot zijn de logische topantwoorden. 

Kan je een hormonenbom met een prefrontale cortex van een peuter verwijten een troebele keuze te maken? Op de vooravond van de grote stap van lager naar middelbaar onderwijs moet een kind een lastige keuze maken. Net op het moment dat zijn hoofd er het minst naar staat, doet hij één van de meest lastige stappen in zijn schoolloopbaan. 

Eigenlijk is het toch simpel? Zonder het te weten is het ASO en TSO al jaren niet meer in gebruik in de eerste graad van het middelbare onderwijs. Maar in praktijk heeft het nog nooit zo hard geleefd als nu. Welnu, alle scholen moeten toch ongeveer hetzelfde basispakket aanbieden. Waarom richten we dan geen echte ‘middenscholen’ op. Dan kunnen we ineens alle deugden en waarden aanleren die het kind doorheen zijn lastige puberteit helpen. In de vorige hoofdstukken probeerde ik aan te geven dat de meeste leerproblemen verholpen kunnen worden met regelmaat, dril, rust en structuur. Schets een duidelijk leer- en verwachtingspatroon. Investeer 2 jaar in het ontdekken en aanscherpen van talenten. Via een helder puntensysteem tekent de leerling een beeld van zichzelf. Eentje dat alle mogelijke talenten en gaven van hem op punt stelt. Eentje dat alle tekorten duidelijk documenteert. Noem het een soort van level-leren, een game van kennisverwerving, waarbij je avatar je interesseveld aangeeft! Zorg ervoor dat ouders en leerlingen goed weet waar het om draait? Hanteer een duidelijke deliberatieprocedure. Steek in het pedagogisch plan net dat stuk opvoeding, dat er thuis vaak aan inschiet. Verder moet het kind de kans krijgen diverse interessesferen aan te raken en zijn ‘avatar’ tijdens die 2 jaar aan te passen. Concentreer die G.On-begeleiding in deze scholen. 

Toen ik het boek aan het schrijven was, waaide er een ander wind in het ministerie van onderwijs. ‘Out of the blue’ kwam er een minister letterlijk vanuit Brussel overwaaien. Het ‘vervelende’ is wel dat hij niet alleen wat gras wegmaait voor m’n voeten, maar dat ook ondoordacht doet. Hij bezondigt zich regelmatig aan aankondigingspolitiek en ziet wel hoe het veld reageert. Meneer de minister, ik vrees dat u goed genoeg weet dat een meerderheid van dat lerarenkorps een kudde is. Ze loeien wel, maar lopen braaf verder in de horde. Ik merk dat in mijn school, ik merk dat tijdens (virtuele) gesprekken. Niemand steekt graag z’n nek uit. Dus voelde ik het een stuk mijn taak dit braafjes te doen bij middel van dit schrijven.

Terug nu aan één van mijn hersenspinsels. De verdeling van de leerlingen met extra aandacht wordt dan niet echt meer door de studiekeuze bepaald. Je zou dan kunnen opteren om de leerlingen met gelijkaardige leerproblemen bij elkaar te zetten voor hoofdvakken. De vakleraar kan zich dan toeleggen op dat tekort. Maak een kleine drukke klas met ADHD-kinderen en geef ze leerkrachten die met hen overweg kunnen. Een iets grotere klas groepeert die kinderen met dyspraxie en autisme. Zij worden met hand en tand iets bijgebracht. De studiekeuze wordt toch uitgesteld en de zogenaamde huidige A-stroom wordt dan werkelijkheid in plaats van de huidige dode letter. Intussen genieten de leerlingen van dril in schrijven, rekenen en lezen om de eventuele dysfuncties weg te vlakken. De hersenen krijgen de kans te groeien, in zonderheid die beruchte prefrontale cortex. Hersenputten worden gedempt. Sterker gewapend kunnen ze naar het derde leerjaar stappen. Ze maken nu wel een meer gefundeerde studiekeuze. Ze ervaren wat werken is en hebben een sterkere lees-, reken- en schrijfbasis. Verder zijn ze beter op de hoogte van hun talenten en kunnen zo beter hun verdere studiepad uitstippelen.

Om nu het probleem van én motivatie én steun van het thuisfront én luxeverzuim aan te pakken, zou het geen slecht idee zijn een examensysteem toe te passen dat ineens ook een soort van implementaire inspectie is. Denk even terug aan mijn beginjaren! Leerlingen mochten 2 uren vakbuizen hebben, zonder invloed op hun attest. Dat was een orthodoxe manier om talenten te ontwikkelen. Het grote voordeel was dat leerlingen bewust kozen om ergens de druk te verlagen op hun mindere talenten en zich toe te leggen op hun sterke kanten. De voorwaarde was een algemeen totaal van 50%! Dat vind ik de meest eenvoudige en goedkoopste verandering aan ons onderwijssysteem. Geen zoeken naar uitvluchten, gewoon doen waar je goed in bent. Wees blij met de 3 talenten die je hebt en verbeter (lees verdubbel) die. Probeer niet met psychomedische foefjes de ontbrekende 2 te compenseren. Als ze er niet zijn, zijn ze er niet, daarmee uit! Ik licht toe:

Het examenmoment begint arbitrair op 1 juli voor heel Vlaanderen. De leerling kiest zelf zijn parkoers en wordt verplicht minstens 2 vakken per dag af te leggen. Hoofdvakken zoals Nederlands, wiskunde en Engels worden centraal opgesteld en afgenomen. Misschien is het zelfs haalbaar dit digitaal af te leggen en loopt het resultaat nog de dag zelf binnen. Ineens is er al voor die vakken een controle over hoe het staat met het niveau van de leraar. Keuzevakken zoals het hoofdvak in die school gekozen, blijven uiteraard de soevereiniteit van die school. Net dat onderscheidt ze van de rest. Waarom zou dan Latijn niet mogen blijven bestaan? Concreet heeft de leerling dankzij de verplichte en hoofdvakken een aantal punten gescoord. Het is nu zaak aan het vereiste minimum te geraken door z’n sterkte optievakken boven te halen. Voor de ene is dat aardrijkskunde, voor de andere geschiedenis. Slaagt de leerling er in om na 3 examendagen zijn minimum te halen, mag hij op vakantie vertrekken. Anders heeft hij wat meer tijd en meer examen nodig. Ik weet dat dit idee onaanvaardbaar lijkt, maar zou niet verbaasd zijn dat het ooit gerealiseerd wordt.

Gaan we naar Schoolville?