Ouders blijven van mening dat zo hoog mogelijk starten de beste tactiek is voor succes! 

Dat was één van de opmerkingen van de inspecteur die tijdens de sessie van de minister van onderwijs het hem zelf zegde. Hij legde de vinger op de wonde door te poneren dat het onderwijs geen goed detectiesysteem heeft voor het correct inschalen van een leerling. Ergerlijk genoeg moet ik hem gelijk geven. Ikzelf heb ook enkele slapeloze nachtjes achter de rug bij de keuze van de school voor mijn kinderen. Ik wist wel dat er een zweem van laatdunkendheid hing bij enkele leraren in mijn school over sommige lagere scholen. Nu ja, wat is een 84% voor wiskunde waard in de ene school ten opzichte van een andere school als je merkt dat er enig verschil is tussen de leerlingen eens ze naast elkaar zitten en verschillend presteren. Dat is een terechte vingerwijzing naar ons schoolsysteem. Waarom is eigenlijk het interdiocesaan examen destijds de grond ingeboord? Ik las er enkele rapporten over, maar denk niet dat het in dit boek kadert. Het leken eerder politieke spelletjes en wat ik op dit moment kan missen is dat gezeur. Jammer genoeg zullen de nakende hervormingen ook weer lijden onder de populistische vraag: ”Als ik deze of die maatregel neem, hoe veel stemmen gaat me dat opleveren?” Ik hoop dat ik verkeerd ben! 

Wat als de leerling van bij de start in het secundair al verkeerd kiest? Ouders gaan toch vrij consequent voort op het rapport en bijhorend advies van de lagere school. Maar net omdat het blijkt dat de ene school de andere niet is, ligt misschien hier al een voedingsbodem voor het kamperen voor de schoolpoorten? En net omdat die verschillen er dan toch bestaan, leggen ze steeds vaker attesten naast zich neer? Heeft het inschrijvingssysteem anno 2018 hierin verandering kunnen brengen?

‘Never change a winning team!’ Ik was als kind van 12 het proefkonijn van het VSO-I. Dat beschreef ik eerder. Toen ik als leraar begon, was het onderwijsveld in enkele categorieën ingedeeld. Al bij het solliciteren in de diverse scholen polste men naar mijn bereidheid om toch ‘maar’ les te geven in het TSO. Dit drieletterwoord valt naast ASO, KSO en BSO in het rijtje van een arbitrair klassensysteem waarbij de A(SO)-leerlingen, ouders en blijkbaar dus ook leerkrachten aantrekt als honing dat met de noodzakelijke bijtjes doet. De eerlijkheid gebiedt me mede te delen dat onze school dit jaar dat systeem afschafte. Wij spreken enkel over een A-stroom en B-stroom. Tijdens de opendeurdag echter bleven ouders, logischerwijze, aandringen op de ‘waarde’ van de richting. Ze polsten telkens of het om een ASO-richting ging of niet. Ik was verbaasd toen ik onlangs las dat de A-stroom eigenlijk al vanaf 1997 in voege is en men de definitieve keuze wilde uitstellen tot de tweede graad! 

Laat ons hopen dat de lang”verwachte” onderwijsvernieuwing hierin soelaas brengt!

Want deze hokjes raakten zo fel ingeburgerd dat ze als het ware een kaste gingen vormen. Minder sterke ASO-richtingen hadden nog steeds een hoger aanzien dan een sterke TSO-richting en leraar zijn in de hoogste klasse was een elitejob. Maak de publieke opinie nog warm voor het feit dat enkel ASO een verzekerd ticket geeft op hogere studies met dito salaris en de race is begonnen! Misschien ligt ook hier een voedingsbodem voor het kamperen! Ik zag een BV komen kamperen aan de ASO- school hier achter mijn deur! Verder is het ook zo dat mond-tot-mondreclame aangeeft dat sommige scholen opmerkelijk beter scoren. Vooral die scholen die orde, tucht en hard werken in het vaandel hebben steken. Is het symptomatisch dat het vaak om puur ASO-scholen gaat? 

Wil je eens een zeer creatief toepassen van de waterval weten? Ouders merken dat de gewenste richting vol zit. Kan gebeuren, flexibiliteit is niet ons sterkste punt. Veronderstel dat het handel is. De richting moderne, iets moeilijker, zit nog niet vol op dat moment. Dus is het plan logisch: Ze schrijven hun kind in een hogere en zwaardere richting. Het rapport bij Kerst zal desastreus zijn en het advies is dan om te zakken. 

Ziezo, we zitten alsnog in de overbevolkte doch gewenste lagere richting. Het perverse tellen van de leerlingen op 1 februari voor de nodige centen speelt nog extra in de kaart! 

Volgend relaas verhaalt een ander jammerlijk effect van ons collectief watervaldenken.
Een zoon zit bij mij in een ASO-richting en haalt voor aardrijkskunde ronduit mooie cijfers. Op de deliberatie merk ik ook voor wiskunde, biologie en wetenschappelijk werk ferme cijfers. Zelf is hij geïntrigeerd en gefascineerd door wetenschappen. Jammer genoeg is vooral zijn Frans en ook zijn Nederlands niet zo denderend. Je weet nu al dat het niet zo vreemd is dat een wetenschappelijk denkend brein vaak minder scoort op talen. Op de deliberatie klinkt het alsof deze leerling ASO-onwaardig is, vanwege de zwakke talen, zeker als het om Frans gaat.

Deze zware erfenis van ons tweetalig land, zal nog een tijdje als een molensteen rond de jeugdige nekjes blijven hangen!

Zeker een aantal wetenschappelijke hoofden moeten deze kelk ledigen tot op de bodem. De leerling was al nuchter genoeg om zijn kans te willen wagen in de richting IW. Deze richting industriële wetenschappen wordt gegeven in de ‘vak’school of VTI. Ik persoonlijk juich dat toe, want daar wordt dat taalvak naar zijn waarde geschat en kan hij met een enorm sterk pakket wiskunde en een boel wetenschappen zich uitleven. Verder zal en kan hij wat praktijkervaring opdoen! Dat leek hem wel wat, want in zijn vrije tijd haalde hij wel eens broodroosters en oude radio’s uit elkaar. Echter papa begreep maar al te goed dat dit een TSO-richting was. Verder vond vader de populatie maar marginaal en liet vrij goed verstaan dat zoonlief dan maar humane wetenschappen moest gaan volgen, omdat dit nog steeds een ASO-label heeft. Ik hoef u niet te vertellen wat én de motivatie én de uitslag in 3 HW was! Een aanfluiting van jewelste vind ik zo iets! Ach ja, wie ben ik hé? 

Neen, beste ouders, ik geloof niet in deze hokjes. Ik beschouwde mezelf vaak als TSO- leraar en had af en toe last met de ASO-mentaliteit. Gelukkig weet ik nu veel beter en heb ik eerder een vervelend gevoel bij leerlingen die in een ASO-klas zitten omdat ze er moeten zitten. Ik liever te doen heb met kinderen die zichzelf kennen, zichzelf erkennen en zichzelf waarderen en ook vooruit willen. Ik werk liever met jongeren die van hun 3 talenten er ook daadwerkelijk 3 trachten van te maken, in plaats van ouders die denken dat kindlief er 5 heeft en de 3 aanwezige versmachten. 

Dit beeld is er eentje om zo snel mogelijk te vergeten, hoop(te) ik. Maar het is deze voorstelling van de werkelijkheid die de voedingsbodem gaf aan ons fameus watervalsysteem. Bijna 20 jaar lang deliberatie na deliberatie hoor ik dezelfde verhalen. Als het advies luidt: “Uw pupil heeft meer slaagkansen en meer succeservaringen in de richting die hem meer ligt”, menen wij dat wel. 12 ervaren mensen gaan niet zo lichtzinnig over een advies hoor. Maar als blijkt dat dit in hun ogen een klasse lager is, een verloren degradatiestrijd, een verlies van maatschappelijk aanzien en een deuk in de status. Ho maar! Neen, neen en nog eens neen! Alle middelen moeten en zullen worden aangewend om deze nachtmerrie af te wenden. Mijn kind is een schoon kind, en in de westerse context is schoon ook synoniem voor intelligent! Ze trachten hun kind op de hoogste sport van de maatschappelijke ladder te krijgen, ook al barst het van hoogtevrees. 

De voornemens, smeekbeden, vragen en argumenten om kindlief toch maar in het hoogste schuifje te laten steken zijn meestal dezelfde. Dat begint met bijlessen, het beter opvolgen van het kind, taalkampen, zomerstages, vlugger beginnen te studeren en nog meer van dat fraais passeren de revue om het verlangen kracht bij zetten. 

Het kan nog sterker! De creativiteit en slinksheid nemen toe. Soms komt zelfs het slechte van een mens naar boven om het terechte advies van de klassenraad aan te vechten. Advocaten ruiken snel geldgewin en gaan zich specialiseren in de deliberatieprocedure. Geloof me vrij, de hoop paperassen zijn al verdrievoudigd sinds ik begon en tegenwoordig delibereren we al met meerdere laptops en ondersteunend personeel om ons te wapenen tegen deze trend! Maar de meest sterke opmars is deze van de attesten en etiketjes! Dat is een zeer sterke techniek om toch maar in die hoogste categorie te blijven ‘hangen’. 

Is de nood dan zo hoog? Is dan de drang dan zo groot? Blijkbaar wel, want men deinst zelfs niet terug om het gebruik aan te wenden van … doping!

imagecredit: pexels via WordPress