Van leerling naar leraar

We schrijven september 1982.

Een beetje onwennig stond ik op de speelplaats van het college. Wat had ik me verheugd op mijn klassieke studiekeuze:” Grieks-Latijn”. Doch nét dat jaar besloot het college van Beringen z’n eeuwenoude traditie over’boord’ te gooien en mee te gaan met de ‘vernieuwing’.

Het klassieke aanbod werd vervangen door een meer modern lespakket. Dat ging van ‘ISEL’, over fotografie naar koken, houtbewerking en meer van dat fraais ‘om handen’. 2 maanden eerder wees de uitslag van het interdiocesaan examen op andere mogelijkheden. Ik had voldoende talenten voor een sterke richting: Latijn of Grieks, misschien zelfs wetenschappen, al was wiskunde dan waarschijnlijk een struikelblok, gezien m’n cijferblindheid.

Maar vanaf september 1982 werd dus alles anders. De klassen werden door loting samengesteld. Blijkbaar was het geen goed idee meer om de slimmeriken samen in 1 klas te steken. Stel u voor dat deze mekaar naar hogere niveau’s zouden tillen. Een half jaar was het mij alvast duidelijk: leerkrachten worstelden met die vernieuwde aanpak. Doel was ons eerst een blokje basisleerstof te geven. Dit werd dan getest en dat resultaat bepaalde dan of je extra of remediërende oefeningen kreeg. Doel hiervan was ieder kind te laten vorderen op zijn of haar niveau: binnenklasdifferentiatie avant la lettre.

Het zou de motivatie moeten aanwakkeren om toch ook maar eens ook die extra oefeningen te mogen maken. Maar wij wisten al héél snel dat eens de basis bereikt was je geslaagd was! Als dan nog bleek dat ons rapport een lettersoepje was ipv duidelijke cijfers…
Een rapport met B’s en enkele C’s waren “voldoende”. Of je nu 61 of 78 haalde, wat maakte het uit!

Was dit mijn eerste ervaring met de vervlakking van ons onderwijs? Het heeft me veranderd, dat kan ik niet ontkennen.

Van die weetgierige, leerverslaafde leerling van het lager onderwijs bleef amper nog iets over.

Gedreven door verveling begon ik tijdens de les andere dingen uit te steken. Tot overmaat van ramp was ik een nerveus ventje. Pas in het derde jaar kon ik dan eindelijk kiezen voor wetenschappen-Latijn. Ik maakte deze niet voor de hand liggende keuze om zo mijn zwakte voor wiskunde te omzeilen. Ik kreeg er les van enkele leerkrachten die tot op heden mijn leven zin en richting geven. Zo slaagde onze leraar scheikunde er in om ons op woensdagnamiddagen extra labo’s te laten doen, gewoon om ons klaar te stomen voor voortgezet onderwijs. Deze lessen telden niet mee voor het rapport, maar zijn tot op heden voor mij de mooiste lessen chemie die ik ooit gekregen heb.

Onze leraar aardrijkskunde tapte uit een ander vaatje. Hoe we het deden, interesseerde hem niet, als we maar slaagden! Op oudercontacten ons gelijk willen komen halen, werd altijd gecounterd met de vraag: ‘Toon eens uw nota’s.’ Hiermee gaf hij te kennen dat het niet zijn fout was als wij verzuimden zijn lessen te volgen. Zijn unieke tekeningen, grappige schetsen en mindmap-notities gebruik ik nu nog in mijn lessen. Hoe het kwam weet ik niet, maar allemaal wilden we de beste zijn van zijn klas. Jaren later, hoog in de bergen, tijdens zijn jaarlijkse skireis, verklapte hij mij het geheim van zijn manier van werken. Tot nu toe is zijn verhaal nog steeds mijn sterkste drijfveer om het in dit systeem vol te houden!

We noteren september 1989

Ik startte mijn lerarenopleiding in Hasselt. Ondanks het gevoel dat mijn medeleerlingen dit als een soort van laatstekans-onderwijs beschouwden, had ik een missie: ’Het anders aanpakken’.  Ik koos opnieuw voor die vakken die ik graag deed: wetenschappen en aardrijkskunde! De leerstof beheerste ik zeer goed, dankzij mijn eigen()wijze leermethode. De pedagogie en didactiek waren voor mij eerder harde noten om te kraken. Als je dan weet dat de docente, nicht van de burgemeester van Hasselt, pronkte met het boek ‘Pedagogie in de klas’, derde druk-1972.’ Tja, dan heb je deze wijsneus tegen! Ik vond het op zijn zachtst gezegd een beetje gedateerd. Mijn kritische vragen werden niet geapprecieerd en mijn artikels in de lokale krant nog minder. Als dank ‘mocht’ ik ieder examen 2 keer afleggen. Maar net daaruit leerde ikzelf nog meer en werd er zelfbewuster door! Ik wist echt wel hoe ik ging lesgeven: dossierkennis, een vleugje humor en vooral leerlingen triggeren naar méér (zelf)kennis.

Eén anekdote wil ik je echt niet onthouden!
Tijdens het examen aardrijkskunde gaf onze lerares een onverwachte vraag. De leerlinge voor me moest op een blinde wereldkaart Canada aan duiden. Het arme kind barstte in tranen uit en stamelde: ‘Dat moesten we toch niet leren!’ Toen het mijn beurt was, vertrouwde de docente me toe: ‘Weet je, Marc, het ergste is dat ik haar wel moet doorlaten!’ Ik knikte droogjes, maar het verlangen om eindelijk zelf te mogen lesgeven werd hierdoor enkel gevoed!

Nu nog krijg ik stagiairs over de vloer van wie ik me echt afvraag wat die in hemelsnaam komen doen. Het gemis aan elementaire vakkennis stuit mij altijd tegen de borst. Als ze dan nog eens je welgemeende tips naast zich neerleggen, kan het eigenlijk niet meer voor mij. Hebben onze kinderen geen recht op gedegen leerkrachten? Zelfs nu nog blijft de opleiding ( omvorming ) tot leraar een tweede keuze. Ik erger me mateloos aan die collega’s in spe die dan tegen mij zeggen: ’Aardrijkskunde is niet echt mijn ding, maar ik moest een derde vak kiezen.’

fotocredit: pexelfoto’s via wordpress

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: