‘Dyscartografie’

flapte ik er op die deliberatie uit! Alle hoofden keken verbaasd mijn richting uit! Daar hadden ze nog nooit van gehoord. Klopt, ik vond het ter plekke uit! Het was mijn reactie op de tendens om voor alles maar ‘uitvluchten’ te vinden. Omdat ik niet snel uit m’n lood te slagen ben, ging mijn betoog verder met de stelling dat vrouwen nu eenmaal niet zo goed kunnen kaartlezen.

Ik licht toe. Het meisje had enkel voor mijn vak een groot tekort. Sommigen hebben nu eenmaal moeite met het gebruiken van kaarten, lezen van legendes en inkleuren van logische of andere gegevens. Het eerste trimester echter wordt er in mijn vak nadruk gelegd op kaartlezen, kaart tekenen en oriënteren. Ze wist van geen hout pijlen maken en had bovendien een aversie voor begrippen zoals evenaar en nulmeridiaan. Wat kon ik doen? ‘Geef ze mijn label maar! Dan zal ik anders punten geven. Dat is mijn mantel der liefde. Haar ‘tekort’ in geografische vaardigheid had nu een mooie naam. Het was niet haar schuld en ze zou er zeker niet slechter mee varen later in haar beroepsleven.

Om mijn mooi klinkende dysfunctie wat kracht bij te zetten, moet ik een verklaring geven. Wel, in de oertijd was er een duidelijke taakverdeling. Mannen gingen jagen en bleven soms dagen weg. Als ze dan tijdens die drijfjacht afdwaalden, waren die mannen met een goede ruimtelijke oriëntatie en gevoel voor richting duidelijk bevoordeeld. De natuurlijke selectie deed zijn werk op die mannen die de weg naar huis niet vonden. In onze huidige wereld hebben de meeste mannen, door de band genomen, een beter oriëntatievermogen. Ook hun gevoel voor oriëntatie is opmerkelijk beter. Het is een stelling van twee keer niets, maar zo zijn er vele, denk ik dan!

NLD, een constructiefout in het brein,

manifesteert zich vaak in het gebrek aan inzicht in ruimte en tijd. Vandaar dat ik bij de invoering van dit leerprobleem rechtstreeks aangesproken werd door de begeleidende dienst op onze school. Ik vertaalde het slecht en dacht dat het een ‘non learning disorder’ was. Bijgevolg vond ik het maar een zwak excuus om deze leerlingen toch maar ‘faciliteiten’ of ‘comfortmaatregelen’ aan te kunnen bieden. Ik interpreteerde alsof er iets was, maar dat men niet goed wist wat. Omdat het kind geen dyslexie, dyscalculie of ADHD kon worden toegewezen, was het misschien dat wel? Bijgevolg vond ik het maar een flauw excuses van de psycholoog om een kind dat niet goed leerde, toch maar iets te geven. Blijkbaar was mijn vertaling fout en moest het ‘Nonverbal Learning Disabilities’ zijn.

In Peeters en Pichal op radio 1 hoorde ik wel van een moeder, van wie de dochter NLD had, een zeer terechte opmerking maken! Haar dochter moest 30 rekensommen maken, maar had er slechts 16 af. Van die 16 had ze er maar 3 fout. Dus afgezien van het tempo was ze goed bezig, enkel vond die leerkracht het ‘eerlijker’ haar inzet te belonen met een buis. Anderzijds wou ik met de auteur van het boek, waarvoor dus reclame werd gemaakt, wel eens in de verbale clinch gaan. Hij verweet het onderwijs gebrek aan structuur, rust en orde. Ja, hallo! Daar zijn wij niet de schuld van! Ga dan het verhaal halen bij de ouders wiens kindjes vaak ADHD ‘blijken’ te hebben, of aan de bijna afgestudeerde pedagogen die van hun prof het warm water moeten heruitvinden en ons belasten met rages zoals contractwerk, hoekenwerk, groepslesjes en noem maar op. Het werd zelfs nog gortiger toen hij stelde dat iets meer dan 5% van de kinderen NLD zou hebben! Cru geteld moet ik in iedere klas van mij zo 1 leerling hebben. Hoop dan maar dat die niet samenzit bij een ADHD-kind.

Er is een stichting die de belangen van deze kinderen ter harte neemt. Ik vond op hun website een plan met 10 actiepunten. Nummer 4 van dat plan handelt specifiek over het niet mogen beoordelen van vragen over of met (atlas)kaarten! Dus dat verklaart misschien waarom ik in mijn vak niet streng mag beoordelen. Vaak zijn deze leerlingen intellectueel hoger geschat dan dat ze werkelijk zijn. Dit komt door hun verbale sterkte. Dat gaf dat meisje ook zelf toe in het gesprek op de radio. Als het eventjes kan, moet er toch zodanig rekening mee worden gehouden dat hij/zij een klasse hoger mee kunnen. Maar het is toch niet eenvoudig, net omdat deze kinderen vaak zelf al de moed opgeven. Om even aan te geven hoe ver men durft te gaan, noteer ik enkele frappante aanwijzingen waar wij, leerkrachten, best rekening mee houden.

Zo zouden deze leerlingen gebaat zijn met een buddy in de klas. Sta me toe de wenkbrauwen te fronsen. Wat moet ik er onder verstaan? Iemand die mee huiswerk maakt? Iemand die hem/haar naar huis helpt fietsen, omdat ze in het verkeer moeite hebben met het inschatten van complexe tijdruimte associaties?
Ze werken beter als ze op tijd en stond taken mogen laten vallen! Ja, hallo, wie niet? Ik denk  dat je in een klas enkel leerlingen gaat vinden die daar ook maar al te graag voor in aanmerking komen. Hoe gaan ze dan deze richtlijn later toepassen in het beroepsleven?
Punt 10 doet er nog een schepje bovenop. Deze leerlingen mogen worden vrijgesteld van het invullen van hun eigen agenda! Wat als ik dit nu eens vergat? Ik ben ook maar een mens. Stel nu dat een slechtgemutste inspecteur daar op uitkomt dat systematisch mijn vakuurtje leeg staat bij deze leerling(e)? Eén van de eerste taken van de inspectie is het controleren van de agenda! Is dat dan een procedurefout? Kunnen we dan een proces opstarten tegen mij, omdat ik onwillig of onbekwaam zou zijn?

Versta me nu weer niet verkeerd! Denk nu niet dat ik deze kinderen hun plek onder de kenniszon niet gun. Integendeel. Maar ik stel me gewoon  de vraag of wij als simpel vakleerkrachtje deze belangrijke zorgen er nog eens bij kunnen nemen? Is onze veeleisende maatschappij gediend met de betuttelde jonge adolescent die meer opkomt voor zijn rechten dan dat er een plicht wordt voldaan? . Moet er dan echt voor elk vak 60 of meer staan? Moet ik een apart examen maken omdat er iemand bij is met NLD? Toen me echter, jaren geleden, gevraagd werd mijn vak anders te gaan geven, was even het ‘kot’ te klein. Deze G.On-begeleidster meende het echt wel zo. Enkel dan zou die leerling betere scores behalen. Van een misbruik gesproken! Mercator zou zich in zijn graf omdraaien! Bij ons in de school wordt dat dus niet meer gedaan, maar ik beklaag mijn collega’s in andere scholen waar dat dus wel gebeurt!

Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik hoorde in mijn schooltijd nogal wat stereotiepe verwijten. Nu ik zelf al enkele jaren in het onderwijssysteem sta, betrap ik me er op dat bepaalde uitspraken maar beter niet meer kunnen of ik mag het op een oudercontact gaan uitleggen.

‘Als ik het niet kan lezen, is het een 0!’

Misschien komt het door onze digitale maatschappij. Steeds meer kinderen slagen er niet meer in om met een pen lettertekens op papier te krijgen. Ondanks alle letterdansjes en hulpjes voor de pengreep gaat het schrift achteruit. En niet alleen de leesbaarheid, maar ook de inhoud is vaak bedroevend. In een digitaal tijdperk waar sms, chat en OCR geen vreemde woorden meer zijn, zijn ‘balpen’ en ‘blad papier’ dat wel! Nochtans moet je op pda’s en sommige ‘braintrain’ spelletjes nog wel leesbaar schrijven om verder te kunnen. Zo’n hoogtechnologisch apparaat slaagt er nauwelijks in om van de hiërogliefen van sommige leerlingen letters te maken.

Het PISA-rapport 2010 wees op een andere schuldige! Dat betrouwbare rapport vermeldde duidelijk dat de invuldidactiek in België geen goed leermiddel was. Wat is dat? Het is het banaal invullen van een woordje in een doorlopende tekst of het beantwoorden van een lange vraag met 1 begrip. Logisch dat wij op testen en examens vaak enkel maar wat  onsamenhangende, gekrabbelde woorden als antwoord krijgen. Als ik een vraag stel en ik laat dan 4 lijntjes open voor het stukje tekst, met dan nog eens de aanwijzing dat de vraag op 8 punten staat, dan mag je niet verbaasd zijn dat ik dan maar een 2 geef voor 4 losse woorden.

Je zou natuurlijk de kinderen, die echt onleesbaar, schrijven een laptop kunnen laten gebruiken tijdens de examens. Als voormalig ict-coördinator kan ik ook al een boek schrijven over het gebruik van computers, maar voor deze leerling is het dan een manier om iets leesbaar te reproduceren. In een gewone les is het jammer genoeg nog niet haalbaar. Verder wordt het onderwijs ook zo afhankelijk van technologie dat je leerproces dreigt stil te vallen bij panne.

Heb ik het al gehad over de gouden regel dat oefening kunst baart? Is het dan wel goed leerlingen met een attest voor dys(ortho)grafie hiervan te ontzien. Het gaat hem namelijk om dit leerprobleem. De hoop enkele puntjes extra te hebben is misschien wel te verantwoorden. Maar ik hoop niet achter zo iemand te staan in de lange rij bij aankomst in Egypte of Australië. De douanebeambte zou er eens een punt van moeten maken dat je de immigration card op het vliegtuig onleesbaar invulde! Wat is er mis met een beetje tijd nemen om redelijk te (leren) schrijven? Stel je maar eens voor dat die humeurige grensbeambte die krabbels niet kan appreciëren en ‘denied’ stempelt. Gaat ook daar zo een schoolovereenkomst hulp bieden?

‘Vooruit, kan het niet wat rapper’

Dyspraxie, zo’n term prikkelt mijn nieuwsgierigheid. Ik ga dan weer naarstig opzoekingswerk doen. Dyspraxie is een vaststelbare aandoening. Ze uit zich op vele vlakken. Het is goed samen te vatten als een vertraagde en onvolledige groei van de hersenen. De verbindingen tussen de hersencellen gebeurt vertraagd en alles loopt daardoor wat stroever en moeizamer. Dankzij MRI-scanning is dit aan het licht gekomen. Dus dit is een echte en duidelijke aandoening!

Praktisch gezien vertraagt een dergelijke leerling het lesgebeuren aanzienlijk. Op dat moment stel ik me de vraag of we moeten gaan voor een kwaliteitsvol hoogstaand onderwijs of voor kwantiteitsvol leergebeuren waarbij iedereen een beetje kan en de toppen er zeker af zullen zijn. Met een vies woord heet het dan ‘eenheidsworst’. Moet onze grijze massa een grijze massa worden?

In hoeverre kan ik er rekening mee houden? Goed om weten voor ons is, dat deze kinderen die vooral in het lichamelijke achteraan lopen, qua intelligentie meestal snel de schade inhalen. Jammer genoeg verdrinken én deze leerlingen én de lesgevers te vaak in de beslommeringen van allerlei andere zaken. Deze leerlingen, die wij in se graag eens over de bol zouden willen aaien, lijden hard onder de werkdruk, grote klassen en propvol innovatieve leermethodes. Net deze kinderen hebben een normale intelligentie, maar tevens behoefte aan verbale ondersteuning van structuren en stappenplannen. En hier zou een echt zorgklasje, voor een heel jaar, zinvol zijn!

Toch zijn deze kinderen meer dan de moeite waard. Het extraatje dat je in deze kinderen steekt, verricht vaak wonderen. Net voor deze kleine groep kinderen zou een meer logisch lessenpakket perfect aansluiten bij hun kunnen. Als ze met immense inspanningen de klippen van leren lezen en rekenen hebben overwonnen, verdienen net zij alle kansen in het middelbare en zelfs hoger onderwijs. Ook heel sterk verdedigbaar is het dubbelen van een jaar voor deze kinderen! Ik herinner me vaak die deliberaties van de oude stempel waarbij we, in het belang van het kind, opperden dat een jaartje overdoen niet slecht zou zijn. Vaak zijn deze kinderen nog echt kind en op dat ene jaar zou het dan niet komen. Liever dat dan in een hoger jaar tegen de lamp lopen. Jammer dat ‘een jaar overdoen om schoolrijper te worden’ slecht verkoopt. Gelukkig zijn er verstandige ouders die wel die keuze maakten en ik moet u vertellen dat deze kinderen het bijna allemaal maakten in hun interessegebied, al was het een jaartje later.

Het is ook niet eenvoudig deze kinderen juiste hulpmiddelen aan te reiken en valt men terug op ‘klassiekers’ zoals meer tijd geven, anders punten geven voor spelling en zinsbouw. Het mondeling toelichten kan helpen. De leerkracht zelf zou hier als goede huisvader de leerling vooruithelpen door zelf alvast de orde en structuur voorop te stellen, misschien zelfs (digitaal) oplossingen aanreiken…

Dit zijn net de ervaringen die als zonnestraaltjes door m’n donker wordende hemel priemen. De vreugde die die kinderen uitstralen als ze eindelijk weer iets iets onder de knie hebben.

‘Snap je het nu nog niet?

Dysfasie is een aangeboren hersenafwijking, een taalontwikkelingsstoornis. De taalontwikkeling komt bij deze kinderen zeer laat en traag op gang. Kinderen met dysfasie begrijpen meer dan ze zelf kunnen produceren. Antwoorden op vragen is heel moeilijk. Een dysfasisch kind kan moeilijk onder woorden brengen wat het wil zeggen. Je kunt met de leerling moeilijk een gesprek aanknopen. Zo kom je vaak tot de misverstanden zoals ik aanhaalde bij start van dit paragraafje. Kinderen met dysfasie hebben een ernstige achterstand in hun taalverwervingsproces. Deze achterstand kan niet ingehaald worden. Vooral het gebruik van taal, lezen en het talig geheugen is problematisch. Dysfasie komt vaak samen voor met andere problematieken zoals dyspraxie, ADHD, autisme en lees- en spellingsproblemen.

Een kleine getuigenis die ik op een forum las:
Vorig jaar werd bij onze zoon dysfasie vastgesteld, een aangeboren hersenafwijking. «Hij wil heel veel zeggen maar kan het niet onder woorden brengen. Daardoor had hij vaak driftbuien. Van nature is hij niet agressief, maar als hij zich niet kan uitdrukken, is dat vaak de enige uitlaatklep. Hij neemt alles altijd letterlijk op en staat op orde en regelmaat. Kinderen met dysfasie kunnen niet tegen zichzelf praten. Daardoor vertonen ze gedragsstoornissen.

Het letterwoord ‘S.L.I.’ ( Specific Language Impairment) vervangt de term ‘dysfasie’.

Misschien begint de medische sector te ondervinden dat leerkrachten ‘ziek’ worden als er weer een dysfunctie ontdekt wordt. Deze kinderen zijn enorm gebaat met G.On-begeleiding. Ze stellen doorgaans de minste eisen aan extra zorg. Maar voor een normale klas is dit stilaan onhoudbaar! Tel al eens alle voorgaande leerproblemen op, tracht tegemoet tekomen aan hun noden. Ik merk al snel dat ik meer dan een pedagoog, psycholoog en manager aan het worden ben, zonder nog maar 1 vakeigen onderwerp te hebben aangesneden.

De adviezen die wij krijgen, tonen dat overduidelijk aan!
-Gebruik korte zinnen, die je vaak herhaalt.
-Spreek duidelijk, traag en goed articulerend.
-Illustreer je taal met ondersteunende (hand)gebaren.
-Prikkel alle zintuigen door met kleurcodes, pictogrammen en schema’s te werken.
-Maak oogcontact en controleer of het begrepen is!

Ik zie het al voor me dat in een klas met deze leerling het poppenkast wordt als er een hoogbegaafde ADHD-leerling bij zit! Denk je echt dat ik er ga in slagen een heel jaar lang uitdagende deelopdrachten, op maat van zijn interesse, te voorzien?

Meneer de minister, geef me een school of ik start er zelf 1
Ik hoop dat iedereen zich de brief van Thomas herinnert. Ik heb ook de reportage op onze kwaliteitszender gezien. Hij verscheen ook op de commerciële zender. Men stelde dat hij vrij hoogbegaafd was, omdat hij in het eerste jaar Grieks-Latijn goede cijfers haalde. Wel, ik stelde me onmiddellijk de vraag of hij die goede cijfers haalde, net omdat leerkrachten in die luxerichting graag laten van buiten leren. Laat dat nu net de sterke kant van een autist zijn.

Geen leerstoornis zo complex om te begrijpen als deze. Geen leerstoornis zo moeilijk te compenseren als deze. Ademloos keek ik naar de reportage van de BBC over deze intrigerenende afwijking. De film die het leven van een zware autist verhaalde, legde nadruk op enkele uitgesproken kenmerken!
Vooreerst het probleem in de omgang met anderen, dat was wat in die film door Dustin zo magistraal werd nagespeeld. Het gevolg is dus ook een verminderd vermogen tot sociaal contact.
Daarnaast heb je de communicatiestoornissen of het zo typisch niet aankijken van de persoon tegen wie er gesproken wordt. Zo krijgt de leerling een verminderd vermogen tot communiceren. Een autist begrijpt geen beeldspraak en ironie. Daar gaan dan al mijn grapjes. Moet ik ze achterwege laten voor hem en de andere leerlingen een goede lach ontzien?
Als laatste is het gebrek aan verbeelding(sontwikkeling). Dit uit zich in een verminderd gebruik van de fantasie en kan een zebrapad dat verlegd is ineens de bron zijn voor een niet over te steken straat.
Het meest gekend is het starre patroon van steeds terugkerende stereotiepe bezigheden.

Toen ik de reportagereeks over de digitale revolutie volgde, leken veel van deze kenmerken als 2 druppels water te passen op chatverslaafden! Nam je hun zekerheid weg, dan werden ze heel onzeker tot zelfs onhandelbaar! Is nu de cyberwereld een zekerheid en hierdoor een aantrekking voor autisten of leidt omgekeerd een overdreven gebruik van cybercommunicatie tot lichte vormen van autisme, het ASS-spectrum?

Wat er ook van moge van zijn, deze leerlingen hebben heel wat extra aandacht nodig. Jammer genoeg besef je dat ik doorheen dit boek wil aantonen dat er ruimte en tijd tekort is. Als ik in mijn klas 1 leerling(e) met ASS heb, is het al bijna een dagtaak die er bij komt. De begeleiding stelt dat ik moet toelaten dat ze af en toe dingen vergeten. Ik moet het kind een tweede kans geven als ze een atlas of rekentoestel vergeten.

Toevallig ken ik enkele opvoeders die in het BuSO werken met zwaar autistische kinderen. Het is hun taak ze op te voeden en eventueel klaar te maken voor het reguliere onderwijs. Uit nieuwsgierigheid legde ik hen onze maatregelen voor. Ze reageerden net zoals ik dacht. Zij steken net al hun tijd en energie in die kinderen om ze klaar te stomen voor het gewone onderwijs. Door een consequent belonings- en bestraffingssysteem toe te passen wordt er alles aan gedaan om ze wat zelfstandigheid aan te leren. Als ze daarin slagen mogen ze een kans wagen in het gewone onderwijs. En wat doen wij? Die verworven zelfstandigheid overboord gooien en dus het verkeerde signaal geven. Haar laatste reactie is echt om in te kaderen: ‘Jullie moeten les geven en dingen aanleren, opvoeden is onze taak!’

Wat kunnen wij dan beter wel doen? Het kind overzicht en ordening geven. Eenvoudige taal in korte zinnen gebruiken. Vermijd dubbele bodems die je les zouden opvrolijken, ze begrijpen deze niet. Herhaal en werk visueel, want zo ontstaat herkenbaarheid.
Deze aanpak sluit nu net mooi aan bij leerlingen die lijden aan dyspraxie. Zo ontdekte ik bij het schrijven van dit boek eigenlijk een zeer eenvoudige oplossing. Je vindt deze achteraan in dit schrijven terug.

Beste lezers, voor je helemaal het loodje er zou bij neerleggen. Ik zuchtte je de vraag toe of ik ook nog ergens mag lesgeven. Je merkt hopelijk dat het lesgeven niet alleen lastig is geworden door de mondigheid en de multimedialiteit van onze maatschappij. Neen, dit is onze ‘core buisiness’! Rekening houden met ieder individu en er meer dan het maximum uithalen.

‘Dwangstoornis’

Normaal bewaren ze beste dingen voor op het laatst. Wel op een sarcastische manier is dit wel het best! Omdat er op alle mogelijke gebieden moet bespaard worden,  is er een tendens onstaan om zo veel mogelijk types leerlingen in gewone lagere en secundaire onderwijs in te schalen. Het BLO en BuSO moet worden afgebouwd. Daar is op zich niets mis mee, maar waar breekt de veer natuurlijk. Vooral met het inpassen van leerlingen met ernstige gedragsstoornissen heb ik het heel moeilijk. De druk en pressie van de klinische psychologie is zo straf dat het zelfs bijna een jaar lang onze directie en een volledige klasgroep naar het punt van collectief afhaken dreef. We vergaderden bijna iedere dinsdagmiddag onafgebroken om de leerling te laten plaatsen in het speciaal daarvoor bestemde onderwijs, maar er waren geen oren naar! Ons rapport was volgens de psycholoog maar een samenraapsel van klachten en frustraties. Nergens las ze een gefundeerd bewijs dat zij het verkeerd voor had!

Om even in het kort te schetsen wat dit kereltje met goed betaalde begeleidster allemaal veroorzaakte, zal ik het één en ander omschrijven. Zijn dwangstoornis zou worden veroorzaakt door een ongebreidelde drang naar perfectie, gestuwd door een vorm van autisme. Het blokkeren van deze leerling kon eender wanneer in gang schieten en voor onbepaalde tijd duren. Wel werd van ons geëist dat wij zijn agenda voor hem invulden. Per vak was er een leerling die zijn of haar notities kopieerde voor ‘meneer’. Als hij dan een heel lesuur met de armen overeen voor zich uit staarde, moesten we daar niet op reageren en zeker niet trachten hem te deblokkeren! Daar waren we toch niet voor opgeleid! Zijn woede-uitbarstingen die konden worden ‘getriggerd’ door eenvoudig te vragen zijn pet af te zetten, moesten we voor lief nemen. We mochten het ook niet laten escaleren door er op te reageren! Neen, we moesten hem gewoon laten doen! Hm, ik vond het toch maar een vreemd signaal naar de andere leerlingen toe.

Nu alles achter de rug is, wil ik jullie niet de verspreking van de begeleidende psychologe onthouden. Ze vond dat we ergens wel gelijk hadden. Maar ze had ook wel door dat de ouders alle mogelijke ‘concullegas’ zou afgaan tot ze hun zin kregen. Daarom koos ze eieren voor haar geld. Achteraf dus wou ze zich vergoelijken, pas nadat het dossier afgehandeld was!