Dat laatste idee uit zageman kan je uitbreiden of anders interpreteren. In ieder geval heb ik mijn mosterd gehaald bij de vervloekte spelletjes op sociale netwerken. Door meer punten te verzamelen van leerstofgehelen kan je in een level hoger geraken. Zo een item kan een begrip of vaardigheid zijn van het leerplan. Kunnen we deze verslavende kracht van gesloten deuren niet gebruiken in het onderwijs. Ik deed de test in het schooljaar 2009-2010 in mijn vak en spreek dan van level 0 (novice) tot level 3 (geograaf). Toegegeven, het enorme tijdsbestek dat ik stak in betrouwbare en voldoende motiverende feedback kostte me méér tijd dan dat ik maar inschatten kon. Doch de voldoening was immens.

Dankzij onze elektronische leeromgeving kon ik de geïnteresseerden voeden met extra oefeningen en extra leerstof. Enkel als je de basisoefeningen van een hoofdstuk feilloos kende, kreeg je een code die toegang geeft tot moeilijke vragen. Lukt het die vragen op te lossen, kon je naar level 2. Slaagde je daar, kreeg je alvast 100% van mij op dat onderdeel. Is het toevallig maandrapport dan is dat dan maar zo.

Maar enkel door zelfstandig te ‘leerstofgamen’ geraak je aan de 100. Als je dan voor het bereiken van het hoogste level je punt zwaarder mag laten doorwegen op het eindrapport, kan de leerling zijn sterke troeven uitspelen en het spel winnen door intrinsieke motivatie! Voor de leerling kan dat perfect in mijn vak, net omdat het zo multidisciplinair is. Je kan je toeleggen op kaartlezen, op sociale achtergronden. Grasduinen in puur wetenschappelijke gegevens of een fotocollage maken, noem maar op.

Eerlijk gezegd, ik haalde de mosterd uit het kleuterklasje van mijn zoon. Zij hanteren er een systeem van ‘magjes’ en ‘moetjes’. Ik paste het toe in mijn lessen. Zo mochten leerlingen een extra procentje mee pikken door een foto of tekstjes aan te brengen dat rechtstreeks verband hield met een paragraafje in een hoofdstukje van een lesonderdeel. En ik was verbaasd over het feit dat leerlingen me zelf herinnerden aan het feit dat het ‘magjes-tijd’ was en ze hunkerden naar extraatjes. Extraatjes die niet hoefden, maar wel beloond werden!

Zwem zelfstandig in plaats van te drijven op hulpjes!

Een ander idee haalde ik uit mijn ervaringen als zwemschoolcoördinator. Ik zorg voor de doorschuivingen tussen 6 groepjes. Dat gaat van watergewenning tot technisch mooi zwemmen in 3 zwemstijlen. Het principe is eenvoudig. Er zijn per groep een aantal doelstellingen. Heeft een kindje in groep 1 de doeltellingen bereikt, mag het bij de volgende doorschuiving naar groep 2. Stel nu dat je dit systeem zou toepassen op het middelbaar onderwijs. Dat je ook als het ware sneller je vakken kan afwerken. Een leerling sterk in wiskunde zou al sneller zijn pakket afwerken. Een hoogbegaafde leerling kan dan af studeren op zijn 16de of 17de.

Ook nu vraagt dat weer een enorme aanpassing van de lesgevers. De indruk dat de klasgroepen niet homogeen zijn, houdt geen steek. De deelnemers zijn meer gelijk dan in een indeling volgens biologische leeftijd. Waarom moet een schooljaar ook een jaar duren? Als je het in 6 maanden kan en het bewijst zou je al doorschuiven naar een hogere groep. Net hier zou een schoen kunnen gaan wringen! Daar waar wij van leerlingen of uit leerlingen het maximale zouden moeten durven halen, kan dit ook verwacht worden van de mensen die in het werkveld staan. Goede voorbeelden doen volgen. Maar hoe ga je organisatorisch rond krijgen dat een leerling die slaagt in al de doelstellingen van zijn hoofdvak al gaat les volgen of via zelfstandig leren een niveau hoger gaat. Wel niet mis te verstaan dat dit misschien voor wiskunde of ongeveer geschiedenis nog niet zo is?

Het lijkt utopisch, maar dit systeem kan leerlingen motiveren. Ze kunnen dan gelegitimeerd één van hun ontbrekende talenten omzeilen en het compenseren met een ander talent. Je kiest het interessegebied dat jou het meest ligt, je werkt, studeert, maakt en behaalt punten. Eens je het CV van de gekozen richting hebt gekregen kan je jouw parcours voor het behalen van een hoger niveau (noem het nog klassiek jaar of graad) uitstippelen. Bijkomend voordeel is dat kennis van de te volgen weg vaak een moreel voordeel geeft.

Concreet voor het onderwijs zou ik de hoofdvakken een groot deel van de punten laten en bijvakken kunnen handig zijn om een goed totaal te halen, maar zonder kan je ook wel. Er is natuurlijk wel een gevaar dat leerlingen zouden trachten met eenvoudige vakken toch aan een hoog diploma te geraken, maar dat kan je wegcijferen door bepaalde vakken een hoge weging te geven. Dat klinkt een beetje zoals het toegeven dat sommige vakken zoals wiskunde mogen bepalen. Ik zou natuurlijk wel zorgen dat je dan wel je zwakte voor wiskunde mag en kan compenseren met praktisch wetenschappelijke vakken. 

Mij lijkt dit systeem het meest uitdagend en eentje dat vooral de leerlingen zou moeten aanspreken. Als zij als eerste er baat bij hebben, gaat het automatisch voor leerkrachten aangenamer worden. Ik weet wel dat zij de grootste inspanning zullen moeten leveren. Maar als we een toponderwijs willen om de toekomst van ons landje uit te bouwen.

Als we een kennismaatschappij willen die zich kan handhaven in Europa, met uitbreiding in de wereld, mogen we dan ook niet veronderstellen dat we topleraars mogen eisen?