Heel soms vraag ik me af of kinderen nog wel iets van thuis uit mee krijgen?
Waarom moet ik evidente dingen elke les opnieuw vragen?
Wat zijn tegenwoordig de normen en waarden (nog)?
Is het dan zo ‘abnormaal’ dat je het juiste materiaal bij hebt?
Neen, ik weiger nota’s in de agenda te schrijven of streepjes te trekken telkens dit niet zo.

Boek niet bij? Ik ga er vanuit dat die leerling dat zo snel mogelijk bijschrijft. Het is misschien idealistisch of gewoon dom. Als de punten dan tegenvallen en op het oudercontact leerling-lief samen met papa-streng zijn gram wil komen halen. Tja, dan zegt deze leraar-dom:

Heb je alles genoteerd wat ik in de les vroeg op te schrijven of verwachtte je dat ik dat voor jou ging doen?’

Tegenwoordig lopen de dametjes met hun ‘handbag’ netjes op de onderarm en dragen de jongens tasjes met een sportmerk waar met moeite enkele A5-bestekmapjes in kunnen. Als ze nu enkel een (digitaal) kladblok, schrijfgerief en de schoolagenda al zouden bijhebben, ben ik tevreden. Noem het de survivalkit. Ikzelf ben ook een chaoot. Ik ben gewoon slordig, onaandachtig en altijd wel iets kwijt! Maar als leerling had ik altijd potlood en kladpapier bij. Zonder morren schreef ik alles mee op. Het was mijn eigen schuld! Extra voordeel was dat ik tijdens het overschrijven eigenlijk al aan het herhalen was.

De spreekwoordelijke ‘stamp onder uw gat

Die tijden zijn lang voorbij! Werden we wel gewapend met goede tactieken om de ‘jeugd van tegenwoordig’ aan te kunnen?
Wat doen met een kind dat lak heeft aan regels?
Hoe moeten we omgaan met leerlingen die echt niet mee kunnen?
Welke zorg mogen en moeten we geven aan kinderen met een ernstige leerstoornis?
In mijn opleiding heb ik er alvast niets van geleerd of meegekregen. Daar luidde de gouden regel: ’Opvoeding is voor de ouders, wij brengen ze kennis bij!’. Het is zo één van die lessen die ik heb onthouden van mijn lerarenopleiding! Maar misschien is er wel iets aan de hand? Ik ontwaar 3 redenen om dat gebrek aan opvoeding te verklaren.

Misschien is er gewoon gebrek aan tijd voor opvoeding thuis?

Onze maatschappij leeft op uur. Alles is tegenwoordig minutieus gepland. Werkende ouders hebben het niet onder de markt. ’s Ochtends kan het al corvee zijn de kinderen uit bed te krijgen. Moet er eten worden meegegeven? Waar is de boekentas? Zijn de kleren nog ok? ’s Avonds komen ouders doodmoe thuis. Dan begint de catering, als die er nog is. Lang leve fastfood en microgolfoven. Daarna volgt de was en de plas. Als je dan nog moet instaan voor het nakijken van de dagelijkse schoolse beslommeringen, kan net dat er wel eens aan ontbreken. Ik geef toe, er zijn leukere manieren van thuiskomen. Dan heb ik het nog niet over papa-taxi. Naarstig wordt er naar de voetbal, pianoles, tekenacademie, hockey of dansschool gereden. Wanneer moesten we weer die boekentas klaarzetten, agenda nakijken, leerstof herhalen, leertekort door oefening wegwerken?

Sta me toe een (hyper)link te leggen naar voeding. Als leraar biologie weet ik dat een goed ontbijt nodig is voor een vlotte werking van je lichaam tot diep in de voormiddag. Maar broodjes- en snoepzaken in de buurt van scholen draaien mooie zakencijfers. Kan jij geloven dat er leerlingen zijn die ’s morgens als ontbijt een zak chips en een blik cola achterover slaan? Erger nog, sommigen tanken de nodige moed uit een blikje, waarvan de reclame beweert dat het je vleugels geeft! Misschien verklaart dat wel voor het nerveuze gedrag van heel wat leerlingen. Wat een marteling om direct na het drinken er van 2 uur stil op een bank te moeten zitten?

Zo zitten we weer in het verhaal van gebrek aan tijd voor ‘op’voeding? Ik hoop niet dat ouders verwachten dat een leraar in het middelbare onderwijs hun oogappel opvoedt. Mijn taak is kennis aanbrengen. Als dat niet zo is en ik mee opvoeden moet, geef me dan de tijd en de autoriteit om dat te doen. Weliswaar volgens mijn manier. Of is dat de verkeerde? Dat zal ze leren?!

Misschien is er wel een gebrek aan kennis om op te voeden?

Opvoeden is niet gemakkelijk! Ik wachtte bewust om papa te worden en ben er sindsdien eens te meer van overtuigd dat opvoeding thuis begint, nergens anders. Ik stond versteld toen ik een kleuterjuf hoorde vertellen dat er ouders zijn die doodleuk durven zeggen dat het de schuld van het onderwijs zelf is. Als men vraagt kindjes vanaf 2,5 jaar naar de school te sturen, dan moeten de oppassers de kindjes dan ook maar alles aanleren. Van zindelijkheid tot manieren. Wat een verantwoordelijkheid voor die kleuterjuffen! Want elke ouder heeft wel een andere mening over ‘opvoeding’.

Als het je gerust mag stellen, ik bega ook nog opvoedkundige fouten! Als leraar was ik hard en streng. Ik deed dit uit ‘wettige zelfverdediging’. Gelukkig kreeg ik de volledige steun van de directie. Met mijn stem en houding probeerde ik zo goed mogelijk te imponeren en het werkte. Dat lukte me tot op heden zonder slag of stoot. Als ik de klas ‘mee’ had, vierde ik de teugels. Ik kwam los en gaf les op een manier waar zelfs een stand-upcomedian iets van leren kon. De reputatie deed de rest. Net die harde aanpak faalde de laatste jaren meer en meer. Ik raakte vaker in conflicten betrokken, maar kreeg tot op heden geen klappen. Meestal was de angst er eentje terug te krijgen groot genoeg. Ze wisten wel dat ik niet mijn andere wang ging aanbieden. Op aandringen van mijn directie volgde ik sessies ‘positief en geweldloos communiceren’. Niet omdat ik het fout deed, maar om mezelf te wapenen tegen een ongelijke strijd. Ik moet zeggen dat die nieuwe stijl mijzelf, de leerlingen en de collega’s bevalt.

Het heeft me wel heel wat inspanningen en intensieve sessies gekost! De bedoeling is om correct te reageren! Zelfs voor slecht gedrag hanteerde ik de correcte werkwijze! Eerst breng ik er begrip voor op, maar zonder het goed te keuren. Dan zoek ik naar de oorzaken. Als het even kan, ontmantel ik die. En dan reik ik de persoon enkele wegen aan om dit te voorkomen. Dit is voor mij een enorme opgave, zeker omdat ik nogal ongeduldig ben. Ik schrok tijdens die sessies van de verborgen boodschappen bij een werkwoord of hoe een verzoek een eis kan zijn, hoe sympathie verkeerd en empathie meer op zijn plaats is.

Opvoeden en communiceren werd er voor mij alleen maar complexer door. Ik kan me heel goed inbeelden hoe sommige thuissituaties tussen ouders en pubers er aan toe gaan. Maar als tienermoeders al een eigen serie krijgen, frons ik toch het voorhoofd heel diep! Ik kon het niet laten schamper op te merken: ’Die hadden tijdens de les biologie hun boek niet bij zeker?’ Ik observeer graag van op een terras de mensentuin. Ik vraag me dan soms af wat die ouders als ‘normaal’ ervaren? Houden ze die pet thuis op? Wat vinden zij ervan dat hun kind ‘in’ de schoolbank hangt? Zitten ze thuis ook met de voeten in de zetel en achterwerk op de leuning? Is het misschien uit noodzaak dat ze roepen aan tafel? Worden ze anders niet gehoord? Wordt er bij hen thuis altijd en overal gegeten? Kunnen ze, behalve voor hun gameconsole, langer dan 20 minuten stilzitten? Och ja, hoe wil je dat ik reageer als ik in de krant lees dat Vlaanderen een eigen versie van het meest marginale (dixit Nederlandse pers) docusoapje wil maken. Laat een bende jongeren op kosten van het productiehuis één of ander zuiders vakantiedorp overhoop halen door te drinken en prietpraat te vertellen. Smachten wij hier om? Is dat onze (westerse) beschaving?

Misschien is er wel een gebrek aan wil om op te voeden.

De stiefmoeder van een lastige puber luisterde onbewogen naar al onze klachten en vragen. Na het betoog antwoordde ze laconiek: ‘Ik trek er me niets van aan! Het is niet mijn kind!’ Dit kan een leraar zodanig frustreren dat de hele klas niet meer krijgt waar ze recht op heeft! Gelukkig zijn dit extreme gevallen: een nieuw samengesteld gezin waarin beide ouders een andere opvatting over opvoeden hebben. Doe daar nog een beetje onwil bij en waar sta je dan?

Ik schrok ook dat in Mortsel een leraar een ‘mot’ op zijn gezicht kreeg, omdat hij het gedrag van het kind wat wilde sturen. Het is een jammerlijke combinatie van gebrek aan verantwoordelijkheid, kennis en tijd. Deze kinderen zijn vaak de luide roepers. Ze vallen op door ongevraagd hun mening te geven, onbeschoft te zijn. Bij de minste aanleiding kunnen ze ook fel uit de hoek komen. Ze zetten ze zich af tegen enige sturing voor hun bestwil. Grenzen kennen ze meestal niet of ze overschrijden deze met plezier. Als ze dan ook nog eens thuis aan het langste eind trekken, zit je als leraar in de problemen. Soms kan het nog lamlendiger. Je verzeilt dan in een kluwen waar tot heden nog steeds geen duidelijkheid over bestaat: dat van de psychologie!

fotocredit : pixy.org