In de les geef ik soms een beetje rekenwerk. Zo telt België, voor de eenvoud, 10 000 000 inwoners en het is ongeveer 30 000 km² groot. Als ik dan vraag even uit te rekenen hoeveel inwoners er per km² wonen, duiken ze in hun boekentas op zoek naar een ‘rekendoosje’ ! De uitkomsten variëren van 0,03 tot meer dan een miljoen! Nadenken hoort er niet bij. Intikken en aflezen maar! In het derde jaar stel ik dat 1 kind op 7 een Indisch kindje is en de wereld 7 miljard mensen telt. Mijn logische vraag is dan hoeveel inwoners India heeft. Tja, op het examen mochten ze geen rekenmachine gebruiken en ik heb het geweten. Wat is er nu geworden van het basisidee bij het oplossen van een vraagstuk je toch zin voor realiteit moet hebben? De waarde van een getal moet je toch enigszins kunnen aanvoelen. Ik wil nagaan in hoeverre ze gewoon kunnen nadenken en vooral inschatten. Dat zijn ook zo van die avonden dat ik weiger mijn schoolmailbox te openen. (knipoogje).

Wiskunde? Je houdt er van of niet. Het vermogen om met getallen te spelen, overheerst alle ASO-richtingen. Bij iedere deliberatie is dit vak doorslaggevend. Zelfs die richtingen waar dit minder van tel zou moeten zijn is een tekort voor dit vak vaak automatisch een degradatiesignaal. Onlangs nog had ik een kereltje in de klas die graag verder wou gaan in de richting van filosofie of menswetenschappen. Hij ontdekte dit toen hij in 2 handel zat. Ik vroeg dit na bij een titularis van 3 Humane wetenschappen. Ik kreeg onmiddellijk de vraag of dat jongetje wiskundig sterk was. Perplex stond ik net niet, omdat ik weet hoe fout ons onderwijs op dergelijke momenten in mekaar steekt. Straf dat het net ook in die wereld van wiskundigen al jaren hommeles is! Je hebt er dus alle baat bij om een tekort in wiskunde toe te wijten aan een factor waar je als kind echt niets kunt aan doen!

Anderszijds, advocaat van de duivel spelend, moet ik ook wel vaststellen dat dyscalculie een nog zeer jonge aandoening is. Je wordt er als het ware achterdochtig van! Is dit psychologie op aanvraag? Binnenkort kunnen we op elk vaktekort een neurologisch alibi kleven. Maak er nog een waslijst met adviezen bij. Geef dit aan de leerkrachten en zie er op toe dat we ze strikt volgen. Het onderwijsveld moet er maar rekening mee houden, liefst door allerlei praktische hulpmiddelen aan te reiken. Dat er nog wat geld mee gemoeid is om aan een dergelijk attest te raken, doet het zaakje een beetje ruiken naar zelfbedruiping en instandhouding van de medisch-psychologische wereld. En net die ‘dwingende’ compensatiemaatregelen werken bij mij als een rode lap op een stier. Je kind kan moeilijk met cijfers om? En dan? Ontwikkel je talent en vergoeilijk geen dat je niet hebt!

Je weet al hoe ik denk en werk. En wat vond ik op een betrouwbare internetpagina? Onderzoeker M. Dolk van het Freudenthal Instituut hekelt dat ouders de trend van het psychologisch shoppen hebben ontdekt en elk tekort op eender welke manier willen wegvagen. Volgens hem worden inmiddels alle ernstige rekenproblemen bestempeld als dyscalculie. Naar schatting heeft slechts één procent (1 %) van alle leerlingen echt dyscalculie, een neurologisch probleem. Het is volgens Dolk nu niet duidelijk wat een dyscalculieverklaring precies inhoudt en hoe lang dat geldig blijft. Ook betreurt deze wetenschapper dat op sommige scholen leerlingen worden ontzien en wat beschermd worden, terwijl het beter is juist extra aandacht aan rekenen te geven!

Mag een taalvaardig kind nu eens niet lekker een wiskundig tekort hebben en omgekeerd? Mag er dan geen enkel rood cijfer op het rapport staan? Zelfs gekende geleerden hadden tekorten, maar compenseerden deze door uitmuntende virtuositeit en genialiteit in die dingen waar ze wel goed in waren! Keer even terug naar mijn aardrijkskunde en het kind mag vanaf nu dat kind met dyscalculie altijd een niet-wetenschappelijk rekenmachine gebruiken. Tja. Hebben we nu dat kind geholpen? Vraag liever aan een rekenwonder hoe hij uit het hoofd rekent! Je zult versteld staan!

En wat nu als rekenen een taalprobleem is? Bij meester Lens moesten we uren lang cijferrekenen. Hij dicteerde netjes: ’achtenzestig plus vierentwintig is …’ Ik noteerde ijverig alles volgens het aangeleerde algoritme en schreef als uitkomst 128 op. Fout natuurlijk en 0 voor cijferrekenen. En toch is 86+42 gelijk aan ‘honderd tweeëntachtig’. Dit is een taalinconsistentie die kan ‘tellen’. Moest ik me toen zorgen maken? In logischere talen is sixty eight plus forty two wel degelijk one hunderd and twenty eight.

Ons wiskundeonderwijs is wereldvermaard en een echt topproduct. Maar in het PISA-rapport staan toch duidelijke vingerwijzigingen dat we niet echt meer vooruitgaan! En vooral door aan dat vermaarde onderricht te blijven prutsen, versnellen we die beweging. Wat zijn zo enkele tegemoetkomingen die een leerling dan krijgt? Eerst en vooral wordt er meer tijd gegeven voor het maken van een examen, deze maatregel is bijna een verworven recht bij een leerprobleem. Het gebruik van een rekentoestel wordt bijna altijd toegelaten. Hij krijgt meer tijd om het examen te maken, De leerling kan gebruik maken van stappenplannen en regelkaarten om aan zijn uitkomst te geraken. Ikzelf vind het vrij ongewoon om meer tijd te geven als er rekenmachines mogen gebruikt worden.

Ik leg het uit aan de hand van een jammerlijk voorval tijdens het examen wiskunde!
Een klas met 20 leerlingen op ASO-niveau. Eentje heeft dyscalculie, vergezeld met ADHD. Ik moet bewaking doen voor dit vak. Het bestaat uit 2 delen, eentje voor en eentje na de speeltijd. De leerling met de overeenkomst werkt na het belsignaal van de speeltijd verder in het zorgklasje, dat gelukkig vlakbij is. Na de speeltijd waren de andere leerlingen al wat gestresseerd, want het eerste deel was al lang en moeilijk. Het tweede deel bleek nog langer te zijn, een kleine overschatting van de juf. Paniek alom. Onze vriend met de overeenkomst, komt rond 11 uur rustig binnen en vraagt zijn tweede deel. Doodleuk begint hij neuriënd aan dat deel. Ik kan je verzekeren dat de andere leerlingen niet zo ‘happy’ waren met deze flierefluiter. Het hele jaar lang de ‘drukke’ in de klas spelen. Al die keren dat hij niet in orde was en ik wilde sanctioneren, wapperde hij met zijn blauw briefje. En nu? Nu zit meneertje op zijn dooie gemak bezig met het vak wiskunde; uitgelezen dat vak dat determinerend is voor het behoud in de A-klasse. Gelukkig waren de leerlingen vrij sterk en werken door tot de laatste leerling zijn examen om 11:59 afgaf. Ik mocht het lokaal verlaten nadat ik onze vriend weer naar het zorgklasje had gebracht. Op weg naar de leraarskamer vroeg ik me af hoe fel de andere leerlingen deze onrechtvaardigheid ervoeren. Maar dat ik het nog in dit boek ging steken, daar was ik van overtuigd.

Voor de talenten doorzettingsvermogen, rekenen en taal hebben we nu al een perfect alibi. Het is al zelfs zo ver gekomen dat wij niet meer worden gebriefd in het begin van het schooljaar. Men gaat er vanuit dat wij deze gewone leertekorten kennen. Dat is misschien wel waar, maar het lijkt er op dat we ze dus ook maar aanvaarden! En is dat nu net niet een brug te ver? Ik weet  van vele collega’s dat ze het maar slikken, zonder er eigenlijk mee akkoord te gaan!

Een op maat gesneden overeenkomst met diverse maatregelen en de leerling kan weer een beetje verder. Maar wat nu als er andere vakken of het leren op zich niet lukt? Ik haalde al eens aan we binnenkort voor ieder vak een ziektebeeld hebben. Psychologen en ‘Britse’ onderzoeken gaan flink door en trachten de menselijke psyché volledig te doorgronden. Voor alles zal en moet er een oplossing zijn. Van de regen sukkelen we als het ware in de drop!