Dyslexie is de oudste en meest bekende tekortkoming van het menselijk vernuft. Logisch eigenlijk. De boekdrukkunst populariseerde het lezen. Neuropsychologen toonden aan dat er verschillende vormen van dyslexie bestaan. Vooral de problemen met het lezen van woorden zijn significant. Dyslexie kan een ontwikkelingsstoornis zijn. Het kan een gevolg zijn van hersenbeschadiging. Het kan zich uiten in het ontbreken van het visuele woordbeeld ontbreken. Klanken of taal worden fout begrepen. Een deur wordt duer. En de verschuiving van betekenis tussen grote en grootte is ze al helemaal vreemd. Anderen begrijpen niets van de vervoegingen en vervormingen. Maar dit is ook voor mij algebra in ’t Chinees. Kinderen met ‘fonologische’ dyslexie ondervinden problemen met het lezen van onbekende woorden. Blijft natuurlijk die lastige vraag: ‘Hoe ver moet ik, als leraar, gaan in het toelaten van fouten?’

Notchans sijhcnt neit zeeovl uit te meakn in wleke vrolgode de letrtes van een worod satan.
De saccadische sprongen van de oogspier, gekoppeld aan een bagage woordbeelden laten je toe deze zin te lezen. Hoe geraak je aan woordbeelden? Oefenen, oefenen, oefenen en vooral oefenen!

Het is niet leuk meer!’ Deze uitlating deed een Gentse docent linguïstiek. Niet dat hij niet meer wou lesgeven. Maar het onderrichten van steeds nieuwe of andere spel(lings)regels werd hem te veel. Als nu eens 1 ding discussie, frustratie en slapeloze nachten oplevert, is het de spelling! Als je dan nog beseft dat de taalunie liefst ieder decennium een spellingswijziging doorvoert, is voor velen én de veer én de motivatie gebroken. Je zou haast denken dat het dient om de boekenverkoop aan de gang te houden.

Denk even terug aan mijn ‘Sjomdilizee’. Aardrijkskunde bulkt van de wolfijzers en Babylonische spraakverwarringen. Naast slechte vertalingen en het spel met de hoofdletters van landen, inwoners en bijvoeglijk naamwoord, heb je nog eens de subtiele verschillen tussen het noorden van het land en het Noorden. Enkel geografen weten er raad mee. Het verhaal van koppeltekens tussen windstreken en werelddelen die dan nog verschillen als zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord. Koop 3 atlassen van verschillende uitgeverijen en je vindt meerdere schrijfwijzen voor die grote rivier in China waar ze de Drieklovendam bouwden.

Waarom is onze taal ook zo moeilijk? Ik ga er van uit dat ik geen dyslexie heb en normaal begaafd ben. Toen mijn zoontje leerde lezen, viel me het eens zo hard op!  De letter c is soms een ‘cee’ en soms een ‘kaa’. Hij schreef een tijdje Vik, omdat wij het zo uitspraken. En wat met ‘cerebraal’, ‘verticaal’? Fonetisch schrijven is zeker geen optie. ‘ligt’ en ‘licht’ raken dan nooit uitgeklaard.

Soms lijkt onze taal eerder een potje wiskunde. Grammatica lijkt op een reeks regels en formules met meer uitzonderingen dan regels. De taalregels worden zo meer een verzameling axioma’s, met af en toe wat logica er in. Je zou voor minder gaan denken dat er interferentie optreedt tussen je taal- en wiskundeknobbel. Nog een dergelijk sprekend voorbeeld is het verhaal over de befaamde tussen –n-. Wanneer wel en wanneer niet? Afin, ik kan nog uren doorgaan, maar wie ben ik, nietwaar? Je hebt de regel die stelt dat als het meervoud van het woord met –en geschreven wordt, je de n schrijft. Het hol van de beer wordt een berenhol. Generale uitzondering zijn die samenstellingen waarbij het eerste deel een versterking is van het tweede. Zo zal iets dat heel goed is beregoed zijn.

Zou het nu allemaal niet wat eenvoudiger zijn als je die regels wat zou kunnen omzeilen, een vrijgeleide om die spel(lings)regels wat te versoepelen?

Eens men vaststelt dat je woordblind bent (dyslecticus en dyslexie, logisch niet?) kan je, naargelang de school, maatregelen krijgen die het allemaal een beetje draaglijker maken. Ik mag veronderstellen dat die centra, gespecialiseerd in het opsporen van leerproblemen, goed werk afleveren. Opmerkelijk is wel dat in Nederland er veel hogere eisen gesteld worden aan diegene die het mag vaststellen dan in België. Door de maatregelen die me soms opgelegd worden, komt het slechte in mij boven.

Hoe pak je nu, volgens mijn bescheiden mening, dyslexie goed aan? Als je, zoals ik, de moeite neemt wat lectuur te doorworstelen, kom je steeds dezelfde kernwoorden tegen. Volharding, intensief oefenen en compenseren zijn ‘keywords’ waar menig specialist er over eens is. Het laat de leerling toe zich te wapenen tegen dit lastig euvel. Tja, had ik al niet ergens beweerd dat onze samenleving geen tijd en geduld meer heeft? En ja, ik geef toe! Ik vind het ook niet altijd leuk om mijn zoon te laten lezen, ook wij 2 hebben mindere dagen. Gelukkig lost m’n vrouw dat heel goed op. Het vraagt inspanning en volharding. Iedere dag gaat het een beetje beter, maar het duurt!

Is het dan niet handiger het probleem te ‘pamperen’. Wat bedoel ik met dit vies werkwoord? Laat me het zo stellen. Ik krijg als leerkracht een aantal richtlijnen om deze leerlingen voort te helpen. Dat kan gaan van anders gaan punten geven voor foute spelling of ze toelaten regelkaarten gebruiken. Best dicteer ik niets en geef ik mijn toetsenvragen schriftelijk. Misschien draagt het bij aan het pedagogisch comfort, hoewel het ‘anders’ verbeteren, ‘anders’ opstellen van vragen toch op zich ook weer heel wat extra werk met zich meebrengt.

Zeer recent nog luchtte ik mijn hart op ons communicatieforum. We kregen, goed bedoeld, een hele waslijst met procedures. De eerste regel baarde me al onmiddellijk zorgen!
 Je besteedt zorg aan het opstellen van de vragen: ze zijn eenduidig, dus slechts voor 1 interpretatie vatbaar (in het eerste jaar worden de vragen soms overlopen).
Ik dacht een vraag te stellen, die al 15 jaar meedraait. Als er nu iets is wat in de geografie relatief stand houdt, is het wel de ligging van de geografische eenheden ten opzichte van elkaar. (op een ernstige aardschok na, natuurlijk). Het is een kaartoefening. Ik hoop maar dat niet te veel leerlingen hun atlas vergeten, anders heb ik daar weer een probleem mee.
De oorspronkelijke vraag was:
‘Kleur op de kaart van Europa de zeeën en rivieren blauw en benoem ze.’

Het voegwoord ‘en’ zorgt alvast voor een probleem. Volgens de regels van de kunst (?) moet je samengestelde vragen mijden. Dus dat werd als volgt geformuleerd:
‘Kleur op de kaart van Europa de zeeën blauw.’
‘Benoem de ingekleurde zeeën.’
‘Overtrek de rivieren met een lichtblauw kleurtje.’
‘Benoem de rivieren die je hebt overtrokken.’

Technisch is de opdracht nu in orde. De woordkeuze kan nog beter! Verder hoop ik dat iedere leerling een blauw kleurtje of stift bij zich heeft. Geloof het of niet, ik heb er al met eigen ogen weten ‘blokkeren’ omdat ze geen lichtblauw bij hadden. En dan ging het niet om mijn kleurenblinde leerling! Dus ik herformuleer de vraag een beetje.

‘Onder deze vraag zie je een kaart met een stukje van Europa. Je herkent rivieren en zeeën.’
‘Kleur, liefst in het blauw, de zeeën in.’
‘Schrijf de naam van de ingekleurde zee in de zee zelf.’
‘Overtrek de rivieren met een kleurtje, liefst blauw.’
‘Noteer de naam bij de rivier, als je deze kent!’

Een volgende regel stelt dat we in de eerste graad de kernwoorden in de vraagstelling VETjes typen en onderstrepen (maatregel i.v.m. dyslexie).

Gelukkig lees ik tussen de regels dat ieder kind van de eerste graad voor het gemak dyslexie heeft. Zo vermijden we alvast procedurefouten* en zullen de andere kinderen zich minder snel benadeeld voelen. Toch breekt het angstzweet me uit! Wat zijn nu in godsnaam de kernwoorden? Worden daarmee de actiewoorden bedoeld? Moeten ze verwijzen naar het resultaat dat ik verwacht in het antwoord? Dient het om de zee van woorden te schematiseren? Ik mag ook niet te veel onderlijnen veronderstel ik, want dan is het weer een lettersoep. Dus wordt de vraag uiteindelijk:
‘Onder deze vraag zie je een kaart met een stukje van Europa. Je herkent rivieren en zeeën.’
‘Kleur,liefst in het blauw, de zeeën in.’
‘Schrijf de naam van de ingekleurde zee in de zee zelf.’
‘Overtrek de rivieren met een kleurtje, liefst blauw.’
‘Noteer de naam bij de rivier, als je deze kent!’

Is het goed zo, mag ik de tweede vraag van mijn examen opstellen? Ja! Dank U.
Ik merk alvast dat ik mijn papierberg zie groeien! 5 regels voor 1 vraag.

Het ironische van dit voorval is dan nog dat het antwoord “Tireense zee” goed is! Dan moet ik nog 2/2 moet geven op de koop toe! Ook al is deze oefening gemaakt met behulp van de atlas.
Kan ik me ook ineens de vraag stellen of het verstandig is taalfouten op mijn toetsen te verbeteren, laat staan op examens? Stel dat ik er eentje vergeet aan te duiden? Ik verlies er dan naast een hoop tijd ook nog eens mijn geloofwaardigheid mee.
Toch is dat een verkeerd signaal van mij. Iedere leraar hoort ook een leraar Nederlands te zijn. Ach ja.

Op deze manier voel ik een enorme druk op mijn schouders. Er wordt van mij onfeilbaarheid verwacht en dat in een steeds maar vluchtigere communicatiewereld. Als ik een fout maakt in een bericht, tekst of vraag naar collega’s, ouders of leerlingen toe, dan wordt me dat bijna altijd kwalijk genomen. Iedere leraar hoort ook een leraar Nederlands te zijn. Tja, schaf dan het vak Nederlands af en laat mij 2 uur aardrijkskunde geven. Misschien is de algemene kennis van de leerlingen als ze het middelbare onderwijs verlaten dan wat ruimer?

Mag ik je even storen met de mail die ik van een mama kreeg? Ze meldde dat haar dochter zich niet ‘wel’ voelde. Ze meende dat wij veel te weinig rekening hielden met dochterlief haar situatie. De dochter voelde zich onbegrepen door leerkrachten en de leerkrachten hielden geen rekening met haar overeenkomst!

Ik wil best meer mijn best doen. Maar als ik een woordje extra geef, informeert ze het buurmeisje of dat kleedje nieuw was. Als ik een inspanning vraag, zucht ze. Ze herinnert mij wel aan haar overeenkomst als het haar uitkomt, bijvoorbeeld als ik een antwoord dicteer. Verlies ik dan toch niet mijn geduld en schrijf ik de woorden op het bord dan vind ze het moment rijp om aan haar ander buurvrouwtje te tonen hoe ze morgen haar haartjes dragen zal. Tja, dan hoeft het voor mij niet meer en mag je er gif op nemen dat dergelijke maatregelen naar ons, leerkrachten, toe contraproductief zijn.

Verwijt me maar dat ik er net 1 verkeerd voorbeeld uithaal om een uitvlucht te hebben om niet te mee te doen aan dit verzorgingsonderwijs. Wij moeten alle mogelijkheden en faciliteiten bieden om het welbevinden en welbehagen van de leerling te garanderen! Ok, maar wie zorgt dan voor ons welbevinden? Als leraar krijgen wij vaak te horen dat deze leerlingen benadeeld zijn op spelling. Is dat niet voor ieder()een zo? Onze school werkte enkele maatregelen uit en we krijgen ook pedagogische richtlijnen. Zo krijgt de leerling naargelang de ernst van de vorm enkele maatregelen voorgeschoteld. Wij stellen de toetsen en examens op in arial 11. Men gaat er van uit dat wij perfect zijn! We mogen niet zo maar wat vragen stellen, neen. Over onze vraagstelling moeten we diep nadenken en dan nog woorden in het vet en onderlijnd zetten.

En wat als, ondanks alle inspanningen, het resultaat uit blijft? Mijn mening over het onderwijs is dat het dient om het kind te wapenen voor de snel veranderende maatschappij waar het in geworpen gaat worden na het onderwijs. Welke mail met een foutief geschreven naam komt aan? In de media en op andere werkvloeren worden de verzuchtingen stilaan verwijten. Goede sollicitatiebrieven worden zeldzaam! Secretaressen slagen er steeds minder in verslagen van hun oversten leesbaar te maken. Zoek naar arial 11 in je brandverzekering. Zijn de belangrijkste woorden in je aanrijdingformulier vetjes weergegeven? Ik had graag een mp3-speler met de ingesproken tekst van het begeleidend boekje van de belastingsaangifte gekregen. Moet ik de boete betalen als de naam in het PV anders geschreven is? Google verdient fortuinen met tikfoutdomeinen. Wees niet boos op je kind als hij op zoek was naar een promosite en enkel blote vrouwen tegenkwam. Het is alvast een tweede donkere wolk aan mijn onderwijshemel.